BNB 2020/116
Pseudo-eindheffing bij excessieve vertrekvergoeding. Maatstaven dienstbetrekking in overeenstemming met het civiele recht
HR 01-05-2020, ECLI:NL:HR:2020:820, m.nt. J.P. Boer
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 mei 2020
- Magistraten
Mrs. Fierstra, Wortel, Beukers-van Dooren
- Zaaknummer
19/03059
- Noot
J.P. Boer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS213570:1
- Vakgebied(en)
Loonbelasting / Dienstbetrekking
Loonbelasting / Eindheffing
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 01‑05‑2020
ECLI:NL:HR:2020:820, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑05‑2020
- Wetingang
Art. 2 lid 1 en art. 32bb Wet LB 1964; art. 7:610 BW
Essentie
Pseudo-eindheffing bij excessieve vertrekvergoeding. Maatstaven dienstbetrekking in overeenstemming met het civiele recht
Samenvatting
Belanghebbende hield tot 12 mei 2009 alle aandelen in een dochtermaatschappij, die op haar beurt aandelen hield in diverse vennootschappen waarmee zij de energiedivisie van het concern vormde. Belanghebbende heeft in 1982 een schriftelijke arbeidsovereenkomst gesloten met een werknemer. Die werknemer zou verbonden zijn aan de energiedivisie. In 1994 is de werknemer toegetreden tot de directie van de dochtermaatschappij en in 1999 tot het bestuur van belanghebbende. Volgens de vanaf 1999 geldende arbeidsvoorwaarden was de werknemer belast met de dagelijkse leiding van de energiesector ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.