Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/II.3.3
II.3.3 Een ongewijzigd lid 2 leidt tot een ongewenste wijziging
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS377328:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De goedkeuringsregeling (zie nu nog art. 2:195 lid 4 BW) kan straks bij wege van statutaire blokkeringsregeling de wettelijke aanbiedingsregeling van art. 195 lid 1 Wv Flex-BV vervangen. Zie voor een bespreking van de blokkering van aandelen bij de Flex-BV: Dortmond (2007), p. 352.
Zie ook Losbl. Rp. (Roest) art. 335, aant. 2, die spreekt van een 'eigenaardige situatie'.
Norbruis betwijfelde of het verschil tussen de NV en de BV hier gehandhaafd moet blijven. Schrapping van ark 2:335 lid 2 sub b BW ligt volgens hem in ieder geval voor de hand, zie Norbruis (2004), p. 429.
Zie de Kamerstukken 31 058, nr. 3 (MvT), p. 7. De Raad van State was op dit punt kritisch, met name nu de Europeesrechtelijke invloed vooral voor de kapitaalbeschermingsregels geldt, Kamerstukken 31 058, nr. 4 (Advies RvS en NR), p. 5.
Zie verder Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-11* (2009), nr. 672.
Het vreemde is dat in de toelichting (Kamerstukken 31 058, nr. 3 (MvT), p. 82) de minister al vast aankondigde dat ook elders in de wet de oude term 'met medewerking van de vennootschap' bij de invoeringswet gewijzigd zou worden.
In het wetsvoorstel Flex-BV blijft art. 2:335 BW ongewijzigd. Dit is vreemd, gezien de voor de NV vereiste blokkeringsregeling in lid 2 sub b. Bij de Flex-BV vervalt die verplichte blokkering. De aanbiedingsregeling is straks het uitgangspunt in de wet, maar de Flex-BV mag hiervan afwijken. De statuten kunnen bepalen dat de wettelijke aanbiedingsregeling niet geldt en de aandelen dus vrij overdraagbaar zijn, zie art. 195 lid 1 Wv Flex-BV.1
Als art. 2:335 lid 2 sub b BW niet geschrapt wordt, doet zich de anomalie voor dat de geschillenregeling geldt voor de 'open' BV en de besloten NV.2 Deze paradox kan worden opgeheven door óf de geschillenregeling alleen open te stellen voor de BV met een blokkeringsregeling, óf de eis van een statutaire blokkeringsregeling bij de NV te schrappen. In een aantal reacties op het consultatiedocument werd al voorgesteld art. 2:335 lid 2 BW te wijzigen en de geschillenregeling open te stellen voor open NV's.3 De minister heeft dit voorstel niet willen overnemen, omdat zijn wetsvoorstel Flex-BV uitdrukkelijk niet ziet op wijziging van het NV-recht. Een van zijn bezwaren tegen het aanpassen was de mogelijke vertraging van de herziening van het BV-recht. Een bijkomende reden was de verschillende aard van de NV en de BV, mede omdat het NV-recht voor een groot gedeelte gedicteerd wordt door Europese regelgeving.4
Deze bezwaren overtuigen mij niet. Het tempo van herziening weegt blijkbaar zwaarder dan de aanwezigheid van niet goed te verklaren verschillen met het NV-recht. Mogelijke doorkruising van Europese regelgeving doet zich niet voor. De verschillen tussen de (open) NV en de Flex-BV vervallen met het schrappen van de verplichte blokkeringsregeling bij de laatste nu juist. Art. 2:335 lid 2 BW dient op dit punt dus ook aangepast te worden.
In het wetsvoorstel Flex-BV wordt nog een ander onderscheid aangebracht. De certificaten met medewerking van de BV verdwijnen. De Flex-BV kan in de statuten bepalen dat aan de certificaten vergaderrechten verbonden zijn, zie art. 227 lid 2 Wv Flex-BV.5 De vergadergerechtigde certificaathouder bestaat straks alleen bij de Flex-BV. Voor de NV blijven helaas het onderscheid 'met of zonder medewerking' bestaan. Dit betekent dat de onduidelijke eis 'met medewerking van de vennootschap' in art. 2:335 lid 2 sub c BW ongewijzigd blijft.6