De fiscale gevolgen van samenwerking door non-profitorganisaties
Einde inhoudsopgave
De fiscale gevolgen van samenwerking door non-profitorganisaties (FM nr. 182) 2024/2.2.5:2.2.5 Vergelijking op verschillende niveaus
De fiscale gevolgen van samenwerking door non-profitorganisaties (FM nr. 182) 2024/2.2.5
2.2.5 Vergelijking op verschillende niveaus
Documentgegevens:
M.M.F.J. van Bakel, datum 15-06-2024
- Datum
15-06-2024
- Auteur
M.M.F.J. van Bakel
- JCDI
JCDI:ADS975749:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De fiscale impact van samenwerkingsverbanden bij non-profitorganisaties wordt geanalyseerd door deze te vergelijken met de situatie waarin de activiteiten zelfstandig door deelnemers zouden zijn verricht. Om een zo uitgebreid mogelijke evaluatie van het toetsingskader te waarborgen, zal binnen de categorie ‘samenwerking’ vervolgens nog een verdiepende vergelijking plaatsvinden op twee subniveaus:
Samenwerking tussen uitsluitend non-profitorganisaties versus samenwerking tussen uitsluitend profitorganisaties: in hoeverre leidt het aangaan, uitvoeren of verbreken van een samenwerkingsverband waarbij uitsluitend non-profitorganisaties zijn betrokken tot een afwijkende fiscale behandeling ten opzichte van een samenwerkingsverband waarbij uitsluitend profitorganisaties zijn betrokken?
Samenwerkingen tussen non-profitorganisaties van dezelfde aard in vergelijking met samenwerkingen tussen non-profitorganisaties van verschillende aard: in hoeverre zijn er verschillen waar te nemen tussen samenwerkingsverbanden afhankelijk van het type non-profitorganisatie dat betrokken is als deelnemer of het soort activiteiten dat via de samenwerking wordt verricht? Bijvoorbeeld een samenwerking tussen uitsluitend academische ziekenhuizen in tegenstelling tot een samenwerkingsverband dat zowel academische ziekenhuizen als een onderwijsinstelling omvat.
Voor zover uit mijn analyse blijkt dat er verschillen in fiscale behandeling ontstaan op beide subniveaus, zal worden onderzocht of er een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor dit onderscheid bestaat op grond van het neutraliteitsbeginsel en de algemene uitgangspunten van de belastingwet en de daarop gebaseerde regeling.