De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/3.3.4.2:3.3.4.2 Verhouding tot het beginsel van partnerschap
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/3.3.4.2
3.3.4.2 Verhouding tot het beginsel van partnerschap
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS401937:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de jurisprudentie van het Gerecht en het Hof van Justitie vloeit voort dat het beginsel van loyale samenwerking nauw samenhangt met het reeds besproken beginsel van partnerschap.1 Het beginsel van partnerschap dient dan ook te worden gezien als een concretisering van het beginsel van loyale samenwerking. Het beoogde partnerschap ziet niet alleen op de nauwe samenwerking tussen de Europese Commissie en de lidstaten, maar ook op samenwerking met en tussen de regionale en lokale autoriteiten en de economische en sociale partners. In hoofdstuk 2 is geconcludeerd dat niet valt uit te sluiten dat het beginsel van partnerschap, gelet op de samenhang met het beginsel van loyale samenwerking, in toenemende mate zal worden gebruikt om bestaande verplichtingen voor nationale uitvoeringsorganen dusdanig ruim uit te leggen, dat zij eigenlijk verder gaan dan is voorzien in de Europese subsidieregelgeving. 2
Hoewel beide beginselen nauw met elkaar samenhangen, moet wel worden bedacht dat het beginsel van partnerschap zich onderscheidt van het beginsel van loyale samenwerking, in die zin dat het laatste beginsel niet van toepassing is op de samenwerking met en tussen economische en sociale partners.3 Het beginsel van partnerschap kan in dat opzicht dan ook worden gezien als een uitbreiding van het beginsel van loyale samenwerking.