Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht
Einde inhoudsopgave
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/3.4.1:3.4.1 Inleiding
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/3.4.1
3.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
H. Boom, datum 28-06-2024
- Datum
28-06-2024
- Auteur
H. Boom
- JCDI
JCDI:ADS973582:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Rechtsverwerking vormt voor de korte verjaringstermijnen dus niet werkelijk een bedreiging. Dat roept de vraag op in hoeverre art. 6:89 BW de wind uit de zeilen van de korte verjaringstermijnen neemt en wat wij daarvan moeten vinden. De tekst van art. 6:89 BW, hoewel volgens de Hoge Raad een wettelijke vorm van rechtsverwerking, leest eerder als een eenvoudige vervaltermijn dan als een vorm van rechtsverwerking. Art. 6:89 BW bepaalt immers niet meer dan dat de schuldeiser geen beroep meer op een gebrek in de prestatie kan doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar ter zake heeft geprotesteerd. Heeft de wetgever, waar hij met de introductie van de korte verjaringstermijnen het leerstuk van rechtsverwerking wilde terugdringen ten gunste van het meer rechtszekere verjaringsinstituut, niet via de achterdeur van art. 6:89 BW een bepaling geïntroduceerd die de wettelijke verjaringsregels alsnog de pas afsnijdt? Ik behandel deze vraag hierna door eerst in te gaan op de wijze waarop het aanvangsmoment van de korte verjaringstermijnen en de klachttermijn van art. 6:89 en ook 7:23 lid 1 BW wordt bepaald. Vervolgens ga ik in op de verjaringstermijn en de klachttermijn zelf.