Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken (R&P nr. CA19) 2018/6.3.2
6.3.2 Het oude regime in het civiele recht
mr. J.T. Hiemstra, datum 01-07-2018
- Datum
01-07-2018
- Auteur
mr. J.T. Hiemstra
- JCDI
JCDI:ADS372319:1
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Cass. Civ. 20 mei 1936, DP 1936.1.88. De tekst van artikel 1147CC luidde van 17 februari 1804 tot 1 oktober 2016: ‘Le débiteur est condamné, s’il y a lieu, au paiement de dommages et intérêts, soit à raison de l’inexécution de l’obligation, soit à raison du retard dans l’exécution, toutes les fois qu’il ne justifie pas que l’inexécution provient d’une causeétrangère qui ne peut lui être imputée, encore qu’il n’y ait aucune mauvaise foi de sa part.’ Sinds de wetswijzing in 2016 is de contractuele aansprakelijkheid geregeld in artikel 1231 (1-7) CC.
Idem.
Cass. Civ. (1) 27 mei 1998, 96-19.161: ‘Mais attendu, d’abord, qu’il appartient au médecin de prouver qu’il a bien donné à son patient une information loyale, claire et appropriée sur les risques graves des investigations ou des soins qu’il lui propose, ou que le patient demande, de façon à lui permettre d’y donner un consentement ou un refuséclairé’.
Cass. Civ. (1) 29 juni 1999, 97-14.254: ‘Attendu que le contrat d’hospitalisation et de soins conclu entre un patient et unétablissement de santé met à la charge de ce dernier, en matière d’infection nosocomiale, une obligation de sécurité de résultat dont il ne peut se libérer qu’en rapportant la preuve d’une causeétrangère’.
Cass. Ass. Plén. 25 februari 2000, no. 97-17.378 en 97-20.152; Cass. Civ. 1, 9 november 2004, 01- 17.168; Cass. Civ. 1, 9 november 2004, 01-17.908.
Taylor 2015, p. 28.
Op grond van de uitspraak van het Cour de Cassation in het Mercier-arrest in 1936 was de aansprakelijkheid van de hulpverlener in het civiele recht geformuleerd als een contractuele aansprakelijkheid gebaseerd op schuld ex artikel 1147 Code Civil.1 Voor de hulpverlener vloeide uit de overeenkomst een obligation de moyens – een inspanningsverbintenis – voort die inhield dat de hulpverlener gehouden was consciëntieuze en aandachtige zorg te verlenen in overeenstemming met geaccepteerde wetenschappelijke inzichten:2
‘le praticien, l’engagement (…) du moins de lui donner des soins, non pas quelconques, ainsi que parait l’é noncer le moyen du pourvoi, mais consciencieux, attentifs et, réserve faite de circonstances exceptionnelles, conformes aux donné es acquises de la science’.
De obligation van de hulpverlener omvatte tevens de verplichting de patiënt in te lichten over de mogelijke risico’s van de behandeling. In 1998 werd ten aanzien hiervan de bewijslast omgekeerd in het voordeel van de patiënt: de hulpverlener diende aan te tonen dat de patiënt geïnformeerd was.3 Ten aanzien van ziekenhuisinfecties werd aangenomen dat op de hulpverlener een obligation de sécurité de résultat – een resultaatsverbintenis – rustte en de hulpverlener alleen dan niet aansprakelijk was indien hij bewijst dat er sprake is van une causeé trangère.4
In het civiele recht was (en is nog steeds) het uitgangspunt dat het ziekenhuis en niet de arts aansprakelijk is voor schade van de patiënt als er sprake is van een arbeidsovereenkomst en de arts als werknemer binnen de grenzen van zijn taakomschrijving handelt.5 Als de arts zorg verleent in een onafhankelijke rol, zonder arbeidsrelatie met het ziekenhuis of de kliniek, dient hij zelf te worden aangesproken voor de schade die het gevolg is van zijn handelen.6