Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/16.4.3.1:16.4.3.1 Inleiding
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/16.4.3.1
16.4.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS494681:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 16.1 hiervoor.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De procedurele scheiding tussen de heffings- en sanctiesfeer die in voormelde jurisprudentie sterk doorklinkt, maakt dat niet wordt toegekomen aan een beoordeling van het potentieel zelfbelastende karakter van de fiscale aangifteplicht en de bijkomende (informatie)verplichtingen. (Dwang tot) zelfbelasting vanwege de nakoming van een met sancties bedreigde, wettelijke meewerkplicht komt wel tot uitdrukking in het boete- en strafrechtelijk zwijgrecht en de door de HR geformuleerde bewijsuitsluitingsregel voor verklaringen ex art. 47, lid 1, onder a AWR. Vanwege de door de wetgever en rechter gedeelde opvatting dat de verdachte burger (financieel) niet beter af mag zijn dan de onverdachte burger1, laten deze waarborgnormen (de nakoming van) de aangifte- en bijkomende (informatie)verplichtingen ongemoeid. Zolang de gevorderde medewerking een heffingsbelang dient, blijven de aangifteplicht en de bijkomende (informatie)verplichtingen onverkort gelden.