Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/12.3.3
12.3.3 De Nederlandse belastingverdragen
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS297080:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie het Besluit van 25 april 2002, houdende vaststelling van het besluit voorkoming dubbele belasting Nederland en Taiwan dat de overeenkomst tussen het Tapei Representative Office in the Netherlands en het Netherlands Trade and Investment Office van toepassing verklaart.
Of dat in overeenstemming is met de vrijheid van kapitaalverkeer kwam aan de orde in HR 14 april 2006, nr. 40 037, BNB 2006/253c*. De prejudiciële vraag met die strekking is vervolgens bevestigend beantwoord. HvJ EG 20 mei 2008, zaak C-194/06 (OESF).
Nederland verleent op grond van art. 24, lid 3, NSV verrekening van belasting voor bestanddelen van het inkomen die volgens de dividendbepaling in de andere staat mogen worden belast. Een overeenkomstige bepaling komt voor in het leeuwendeel van de Nederlandse belastingverdragen. Art. 24, lid 3, NSV is gebaseerd op art. 23 A, lid 2, OESO-modelverdrag. Nederland zal dus aan de hand van de definitie van de term ‘dividend’ in de dividendbepaling moeten beslissen of ogenschijnlijke rente als zodanig is te beschouwen. Is dat het geval, dan is Nederland verplicht om verrekening van de dividendbelasting te verlenen die op de ogenschijnlijke rente is ingehouden.
Het belastingverdrag met Taiwan1 refereert aan ‘income which, in accordance with this Agreement, may be taxed’ in Taiwan en verschilt dus wat betreft de verrekening van dividendbelasting niet materieel van de hierboven genoemde belastingverdragen. De verrekening in het belastingverdrag met Zwitserland heeft betrekking op inkomsten uit roerend kapitaal waarvoor Zwitserland, overeenkomstig art. 9, lid 2, het recht behoudt om deze bij wege van inhouding bij de bron te belasten. Ook dit verdrag verschilt in dit opzicht dus niet materieel van de hierboven genoemde belastingverdragen.
De verrekening in de BRK betreft de belasting die overeenkomstig art. 11, lid 2 of lid 3, bij wijze van inhouding is geheven van dividenden. Deze bepaling is echter wat betreft de verrekening met de Nederlandse belasting niet van belang, omdat de Antillen geen dividendbelasting kennen. In het belastingverdrag met Maleisië wordt niet verwezen naar de dividendbepaling, maar wordt verrekening verleend voor Maleisische belasting op dividenden. De uitdrukking ‘Maleisische belasting’ is voor dit doel nader omschreven in de bepaling over vermijding van dubbele belasting.
Het belastingverdrag met Duitsland voorziet niet in de verrekening van dividendbelasting.2 Hetzelfde geldt voor het belastingverdrag met de voormalige Sovjet-Unie. Het belastingverdrag met Malta voorziet eveneens niet in de verrekening van Maltese dividendbelasting. Art. 10, lid 3, van dit verdrag stelt dividenden van een lichaam van Malta aan een inwoner van Nederland namelijk vrij van Maltese dividendbelasting. Het belastingverdrag met Singapore voorziet eveneens niet in verrekening van dividendbelasting. Art. 10, lid 3, van dat verdrag stelt dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van Singapore aan een inwoner van Nederland vrij van elke belasting die in Singapore wordt geheven ter zake van dividenden naast de belasting die wordt geheven ter zake van winsten van het lichaam.