NJB 2025/2005:Passeren bewijsaanbod. Een dochter komt met haar ouders overeen dat de ouders geld verstrekken voor de koop van een woning. Tien jaar later overlijdt de dochter. In dit geding tussen de (schoon)ouders en de schoonzoon is in geschil of de overeenkomst een lening is of een schenking. Het hof oordeelt dat het een lening is en passeert een bewijsaanbod van de schoonzoon. Hoge Raad: 1. Aanbod tegenbewijs. Het hof diende de schoonzoon in beginsel overeenkomstig zijn aanbod toe te laten tot het leveren van tegenbewijs door het horen van getuigen. Daaraan doet niet af dat de schoonzoon niet heeft toegelicht wat de door hem genoemde personen meer of anders kunnen verklaren dan zij schriftelijk hebben gedaan. Die toelichting kan niet worden verlangd bij een aanbod tot het leveren van tegenbewijs, nu dit niet behoeft te worden gespecificeerd. 2. Verboden bewijsprognose. Voor zover het hof op grond van zijn waardering van de inhoud van de schriftelijke verklaringen aan het bewijsaanbod is voorbijgegaan, loopt dat oordeel ten onrechte vooruit op het resultaat van de bewijslevering. 3. Niet uitgesloten is dat getuigenverklaringen ‘van horen zeggen’ dan wel getuigenverklaringen omtrent indrukken die bij een getuige zijn ontstaan naar aanleiding van de gebeurtenissen die in zijn verklaring aan de orde komen, bijdragen aan het bewijs. Dat een getuigenverklaring niet berust op een directe eigen waarneming van het te bewijzen feit, kan worden meegewogen bij de bewijswaardering.