Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/1.3.3:1.3.3 Hoor en wederhoor
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/1.3.3
1.3.3 Hoor en wederhoor
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS298599:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Ekelmans 2008, p. 3.
Smits 2008, p. 101.
Vgl. Smits 2008, p. 103. Partijen moet ook de mogelijkheid worden geboden om kennis te nemen van de stellingen en producties van de andere partij en hierop te reageren. Vgl. EHRM 16 februari 2000, appl. nr. 28901/95 (Rowe and Davis), p. 60; Jacobs – White 2006, p. 176-177.
Smits 2008, p. 115. Zie hierover: EHRM 23 juni 1993, Serie A, vol. 262 (Ruiz-Mateos), pt. 63.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
12.
Partijen moeten op de hoogte zijn van hetgeen waartegen zij zich dienen te verweren.1 Zij moeten – voor het bepalen van hun processtrategie en de hun ten dienste staande (bewijs)middelen – voldoende kunnen inschatten op welke wijze het partijdebat zich zal gaan ontwikkelen. Dit verdedigingsbeginsel vormt een subcategorie van het beginsel van hoor en wederhoor, eveneens een aan artikel 6 EVRM te ontlenen beginsel.2 Het is niet alleen het recht op verdediging waar een actief optredende rechter behoedzaam mee dient om te springen. Op grond van het beginsel van hoor en wederhoor dient de rechter, naast uiteraard het horen van partijen, partijen niet te verrassen met zijn (eind)resultaat. Dat betekent dat, voor zover de rechter zich daartoe al geroepen zou zien, ambtshalve verrichtingen wel in de lijn van het partijdebat dienen te liggen. Zo is verzekerd dat partijen zich voldoende kunnen uitlaten over de relevante aspecten.3 Het betreft het van het beginsel van hoor en wederhoor uitmakende recht op tegenspraak.4