Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/21.3.1
21.3.1 Het doel van publicatie van een biedingsbericht
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS574347:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hierover: Hijinlc/Kuijpers/Thijssen (2008), in het bijzonder 682-694.
Daarnaast zijn nieuwe vereisten opgenomen die voorvloeien uit 'de modernisering van de biedingsregels', vgl. Hijink/Kuijpers/Thijssen (2008), p. 682.
Vgl. hierover de bijdragen opgenomen in nummer 17 van Ondernemingsrecht 2001.
Door — met name — M. Raaijmakers e.a. (1992)
Een greep: M. Raaijmakers/Uniken Venema (1994), het SER-advies Herziening van de fusiecode (1996), Van Solinge/Nieuwe Weme (1999) en Nieuwe Weme e.a. (2008), met vele verdere verwijzingen.
M. Raaijmakers (1992), p. 70-72.
M. Raaijmakers (1992), p. 71.
M. Raaijmakers (1992), p. 71.
Zo luidde het opschrift van het toenmalige eerste hoofdstuk van de SER-Fusiegedragsregels 'Gedragsregels ter bescherming van de belangen van aandeelhouders.'. Ook in de Fusiegedragsregels Commentaar (1990), p. 11 wordt als doelstelling van dit onderdeel van de fusiecode verwoordt: 'bescherming van de aandeelhouders in geval van een openbaar bod.'
Aldus: Van Solinge/Nieuwe Weme (1999), p. 19. In het SER-advies Herziening van de fusiecode (1996), p. 17, wordt dit eveneens onderkend, maar de nadruk ligt daarbij nog wel (steeds) op 'bescherming': '[d]e hooffdstuk I-regels zijn in feite (...) meer omvattend. De regels strekken zowel tot bescherming van de beleggers ter beurze in geval van openbare biedingen als tot bescherming van de doelwitvennootschap tegen een rauwelijks bod. Wat de aandeelhouders betreft, is de bescherming erop gericht dat zij gelijk worden behandeld en beschikken over adequate informatie (en voldoende tijd) om weloverwogen te kunnen beslissen of zij het aanbod al dan niet zullen aanvaarden.'
Kamerstukken II, 1999/2000, 27 172, nr. 3, p. 4. Ook op p. 5 komen beide doelstellingen terug, alwaar over de materiële biedingsregels die in het Bte 1995 zullen worden opgenomen wordt opgemerkt dat deze bepalingen 'het oog [hebben] op een adequate functionering van de effectenmarkten of de positie van de beleggers op die markten.'
Over de doelstelling van publicatie van het biedingsbericht wordt in de Overnamerichtlijn nauwelijks gerept. Enige houvast kan worden ontleend aan overwegingen 13 en 25 bij de Overnamerichtlijn. Daarin wordt opgemerkt dat '[d]e houders van effecten (...) door middel van een biedingsbericht naar behoren [dienen] te worden ingelicht omtrent de voorwaarden van het bod' en dat één van de doelstellingen van de richtlijn is 'het waarborgen van een afdoend beschermingspeil voor houders van effecten.'
Het Bob bevat een vrij uitvoerige regeling voor de inhoud van het biedingsbericht.1 Deze vereisten zijn deels gebaseerd op het, voorafgaand aan het Bob geldende, hoofdstuk Ma Bte 1995 en gedeeltelijk op de Overnamerichtlijn.2 Hoofdstuk Ma Bte 1995 trad in werking op 5 september 2001, als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet openbare biedingen op effecten.3 Met de inwerkingtreding van die wet werd een belangrijk deel van de toepasselijke voorschriften voor openbare biedingen op effecten van Nederlandse beursvennootschappen, die voorheen waren opgenomen in de op zelfregulering gebaseerde, SER-Fusiegedragsregels, overgeheveld in formele wet- en regelgeving. De discussie over de wenselijkheid daarvan was een kleine tien jaar daarvoor, in 1992, aangezwengeld.4 Over de regelgeving omtrent openbare biedingen zijn sindsdien verschillende adviezen en rapporten en een omvangrijke hoeveelheid literatuur gepubliceerd.5
Opvallend is dat in deze rapporten, adviezen en literatuur aan de doelstelling van de verplichting om een biedingsbericht te publiceren relatief weinig aandacht wordt besteed. De vraag waarom een biedingsbericht moet worden opgesteld en gepubliceerd wordt nog het meest expliciet besproken door M. Raaijmakers in 1992.6 Hij merkt op dat de voorschriften voor de inhoud van het biedingsbericht ertoe strekken "de belegger met zodanig kwalitatieve en kwantitatieve informatie te voorzien dat bij op basis daarvan een beslissing kan nemen of hij op het bod wil in gaan."7 Hij laat daaraan voorafgaan dat dit "in wezen" ziet op "bescherming van de zwakkere belegger."8 Die beschermingsgedachte is ook duidelijk terug te vinden in de voorschriften in, en tenaamstelling van, het tot 5 september 2001 geldende Hoofdstuk 1 van SERFusiegedragsregels.9 Terecht is naar mijn mening opgemerkt dat de strekking ook toen reeds — ruimer was dan het opschrift van Hoofdstuk 1 van de SER-Fusiegedragsregels deed vermoeden.10
Eerst in 2000 wordt door de wetgever, in het voorstel voor de Wet openbare biedingen op effecten, uitdrukkelijk een ruimere doelstelling genoemd van de voorschriften omtrent openbare biedingen. "De overheid behoort te zorgen voor goed functionerende effectenmarkten en bescherming van de belegger op die markten", zo wordt in de MvT opgemerkt.11 Dat van een tweetal doelstellingen sprake is, komt ook tot uitdrukking in de grondslag, opgenomen in het toenmalige art. 6a, lid 3, Wte 1995, op basis waarvan de biedingsregels in het Bte 1995 werden opgenomen: hierin werd gesproken over bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels "met het oog op een adequate werking van de effectenmarkten of de positie van de beleggers op die markten." Een gelijkluidende grondslag is te vinden in art. 5:76, lid 2, onderdeel c, Wft, op grond waarvan bij algemene maatregel van bestuur aanvullende eisen aan een biedingsbericht kunnen worden gesteld dat is goedgekeurd door een toezichthouder uit een andere lidstaat. Derhalve kan uit de Nederlandse voorgeschiedenis van het Bob worden afgeleid dat de doelstellingen van publicatie van het biedingsbericht gericht zijn op het verbeteren van de adequate werking van de effectenmarkt en de positie van de investeerder daarop. De Overnamerichtlijn heeft daarin, voor zover daaruit de doelstellingen van publicatie van het biedingsbericht kenbaar zijn12, geen verandering gebracht.