Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/4.5:4.5 Opzet Amerikaans perspectief
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/4.5
4.5 Opzet Amerikaans perspectief
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS410214:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de vennootschapsrechtelijke regels inzake het kapitaal van de vennootschap en de mogelijkheid om dividend uit te keren, aan de hand van de RMBCA en het recht van Delaware en California. Daarbij zal tevens aandacht worden geschonken aan de aansprakelijkheid van bestuurders en de restitutieverplichting van aandeelhouders vanwege ongeoorloofde dividenduitkeringen.
Daarna komt in hoofdstuk 6 het faillissementsrechtelijke fraudulent transfer law aan bod. In het bijzonder wordt geanalyseerd onder welke omstandigheden op grond daarvan aandeelhouders tot restitutie van aan de vennootschap onttrokken vermogen kunnen worden aangesproken. Daarbij wordt ingegaan op de belangrijke rol die het fraudulent transfer law speelt bij de normering van complexe, samengestelde vermogensonttrekkingen, zoals de leveraged buyout.
Aansluitend wordt in hoofdstuk 7 getracht bloot te leggen onder welke omstandigheden de bemoeienissen van de aandeelhouder met de financiering van de vennootschap kunnen leiden tot een doorbraak van aansprakelijkheid. Het ‘piercing the corporate veil’ leerstuk blijkt buitengewoon onvoorspelbaar en inconsistent te worden toegepast; niettemin zal worden bezien welke rol onderkapitalisatie en vermogensonttrekkingen daarin spelen.
Vervolgens wordt in hoofdstuk 8 het leerstuk van ‘equitable subordination’ geanalyseerd. Op grond daarvan kunnen onder omstandigheden de vorderingen van aandeelhouders worden achtergesteld bij de vorderingen van de overige schuldeisers. Daarbij zal tevens aandacht worden besteed aan de mogelijkheden om betalingen op aandeelhoudersleningen vóór het faillissement van de vennootschap te vernietigen op grond van het fraudulent preference law.
Tot slot wordt in hoofdstuk 9 de analyse van het Amerikaanse recht afgesloten met een beknopte conclusie. Daarbij wordt ingegaan op de vraag hoe de besproken leerstukken zich tot elkaar verhouden en welke rol is weggelegd voor onderkapitalisatie en vermogensonttrekkingen bij de normering van aandeelhoudersfinanciering.