Intellectuele eigendom in het conflictenrecht
Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/6.0:6.0 Inleiding
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/6.0
6.0 Inleiding
Documentgegevens:
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS464029:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
767. Inleiding. In het beginsel van nationale behandeling van de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs ligt, behalve een conflictregel, ook een vreemdelingen-rechtelijke regel besloten, zo hebben wij in Deel I vastgesteld. Het bestaan van deze regel is, in tegenstelling tot het bestaan van de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling, altijd onomstreden geweest. Toch is de vreemdelingen-rechtelijke kant van het beginsel van nationale behandeling niet probleemloos: met name de uitzonderingen op het non-discriminatiebeginsel leveren complicaties op.
768. Plan van behandeling. Het vreemdelingenrecht passeerde in deze studie al vaak de revue. Zo hebben wij gezien hoe Von Savigny conflictenrecht en vreemdelingenrecht uit elkaar getrokken heeft1, hebben wij de plaats en ontwikkeling van het vreemdelingenrecht bestudeerd aan de hand van de `driefasen-structuur'2, en kwam aan de orde dat in het internationale intellectuele-eigendomsrecht vreemdelingenrecht niet alleen op personen, maar ook op bijvoorbeeld werken van letterkunde en kunst betrekking kan hebben.3 In dit hoofdstuk 6 onderwerpen wij de vreemdelingenrechtelijke kant van het beginsel van nationale behandeling aan een nader onderzoek. Eerst, in par. 6.1, staan wij stil bij het vreemdelingenrechtelijke uitgangspunt dat is vastgelegd in het beginsel van nationale behandeling, dus het non-discriminatiebeginsel. Vervolgens onderzoeken wij de uitzonderingen op dat uitgangspunt. Daartoe worden in de eerste plaats enkele algemene beschouwingen gegeven over de uitzonderingen op het non-discriminatiebeginsel, waarbij met name wordt stilgestaan bij het verschijnsel reciprociteit en bij de reciprociteitstoets in het algemeen (par. 6.2). Daarna wordt ingegaan op de uitzonderingen op het non-discriminatiebeginsel zoals die worden gemaakt in de Berner Conventie (par. 6.3), en in het Verdrag van Parijs en de Schikking van Madrid (par. 6.4).