Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.B.4.c
c. Het Kadaster en kavelruil
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS473725:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Voetnoten
Voetnoten
In het onderdeel ‘grensoverschrijding’ (grenspost 3C, onderdeel B.2) zal worden ingegaan op de rol van het Kadaster bij (mogelijke) grensoverschrijdende kavelruil.
Dezelfde constatering kan mijns inziens gedaan worden voor de Belastingdienst: ook daar beproeft men maar al te vaak de afwezigheid van actuele en accurate kennis omtrent de civiele en fiscale nuances van de kavelruil. Zie nader de fiscale grenspost, hfdst. 11, onderdeel C.5.
Zie art. 21 WILG. Zie tevens H.J. Rijtma, Het Kadaster, p. 9, alsmede Rb Noord-Nederland, 15 januari 2013, ECLI:NL:RBNNE:2013:CA2649, alwaar o.m. de gevolgen van een ruilverkaveling voor de kadastrale grenzen van in het blok gelegen percelen worden beschreven.
R de Haan, Kadaster en agrarisch recht, p. 15 pleit in dit kader voor een algemene pachtregistratie, die de registratie van pachtcontracten bij herverkaveling overbodig zou maken.
Zie tevens Asser-Mijnssen, De Haan & Van Dam, 3-1 Algemeen goederenrecht, Tjeenk Willink: Deventer 2006, nr. 301. P. de Haan, Kadaster en agrarisch recht, p. 13 verwoordt het als volgt: ‘Zonder het kadaster is praktisch geen ruilverkaveling denkbaar, noch wat de besluitvorming, noch wat de uitvoering betreft.’
Een vlotte en effectieve verwerking van de overeenkomst en – in een later stadium – de kavelruilakte door het Kadaster is onmisbaar voor de flexibiliteit en de eenvoudige en snelle toepasbaarheid van de kavelruil. Hiervoor is kennis en kunde bij het Kadaster vereist.1 De kennis dient zich daarbij niet te beperken tot de formele bepalingen omtrent de verwerking van de stukken, maar zeker ook op het terrein van de civielrechtelijke vereisten aan een kavelruil. Hoewel primair de verantwoordelijkheid van de notaris, dient ook het Kadaster te kunnen beoordelen of de aangeleverde overeenkomst kwalificeert als kavelruil in de zin van artikel 85-88 WILG en artikel 31a BILG. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat deze kennis bij het Kadaster niet altijd aanwezig is. Hier ligt een schone taak voor de wetenschap en het notariaat, om de medewerkers bij het Kadaster waar nodig bij te scholen, zodat ook op kadastraal niveau genoegzaam bekend is wanneer men civielrechtelijk kan spreken van een kavelruil.2
De positie van het Kadaster bij een vrijwillige kavelruil Iaat zich, op grond van de wettekst van artikel 85 en 85 lid 1, omschrijven als ‘administrateur’. De taak van de het Kadaster beperkt zich tot het inschrijven van de overeenkomst en, als sluitstuk van het kavelruilproject, de akte van kavelruil. Deze beperkte taakomschrijving staat in schril contrast tot de ‘spilfunctie’ die het Kadaster inneemt binnen het herverkavelingsproces en bij de planmatige kavelruil.3 De administrateur transformeert dan tot een soort regisseur: de kaarten van het blok en de lijst der rechthebbenden worden op basis van kadastrale gegevens vervaardigd en door het Kadaster opgesteld, evenals het plan van toedeling. Ook de registratie van de pachtcontracten is bij een herverkaveling een taak voor het Kadaster.4 Daarnaast nemen medewerkers van het Kadaster plaats in de herverkavelings- respectievelijk kavelruilcommissies die de projecten begeleiden, organiseren en structureren. Het Kadaster speelt derhalve een van de hoofdrollen op het landinrichtingstoneel en is daarmee een onmisbare keten binnen het proces.5 De bescheiden bijrol van het kadaster in het kader van de kavelruil steekt daar schril bij af. De aard van de vrijwillige kavelruil laat een dergelijke uitgebreide rol voor het Kadaster naar mijn mening ook niet toe: snelheid, effectiviteit en kostenefficiëntie zijn de kernwaarden van de kavelruil. Een uitgebreid (en daardoor potentieel vertragend en kostenverslindend) ‘kadastraal apparaat’ verdraagt zich daar mijns inziens niet mee.