Het besluit van de rechtspersoon
Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/VIII.3.3:VIII.3.3 Toestemming van alle aandeelhouders
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/VIII.3.3
VIII.3.3 Toestemming van alle aandeelhouders
Documentgegevens:
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178708:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Niemeyer & Häger 2014, p. 1738.
Zie Albrecht 2010, p. 487, met verwijzingen. Tenzij de statuten anders voorzien, vergt een statutenwijziging een drievierdemeerderheid (§ 53 II 1 GmbHG).
Vgl. Filker 2013, p. 72.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Bundesgerichtshof stelt voorop dat een arbitragebeding de instemming van alle aandeelhouders én de GmbH behoeft, ook als het gaat om een statutair arbitragebeding.1 Opname in de statuten bindt ook toekomstige aandeelhouders, terwijl een clausule in de aandeelhoudersovereenkomst de instemming vergt van een toetredende aandeelhouder.2 Een aandeelhouder kan overigens niet op grond van zijn Treuepflicht – denk aan de Nederlandse redelijkheid en billijkheid van art. 2:8 lid 1 BW – gedwongen worden tot instemming met het opnemen van een arbitrageclausule of met het wijzigen van een onvolmaakte clausule hangende een conflict.3 Het instemmingsvereiste geldt dus onverkort. Wel is de heersende leer dat het aanpassen van een reeds bestaande arbitrageclausule in ‘vredestijd’ mogelijk is met dezelfde meerderheid in de algemene vergadering als een ‘normale’ statutenwijziging.4
Ontbreekt de instemming van één aandeelhouder, dan leidt dit tot onwerkbaarheid van het arbitragebeding (en het eventuele arbitraal vonnis), zelfs al is de desbetreffende aandeelhouder niet in het geschil betrokken. Een middenweg – denk aan een arbitraal vonnis dat alleen jegens bepaalde aandeelhouders werkt – is er niet.5