NJB 2026/410:Erfgrensoverschrijding. Verjaring. Bezit. Houderschap. Een houten aanbouw van een woning staat deels over de erfgrens met de buren. De eigenaars van de woning beroepen zich op verjaring en stellen daartoe de strook grond onder de aanbouw in bezit te hebben. Het hof oordeelt dat dit gestelde bezit onvoldoende gemotiveerd is betwist. Hoge Raad: Het oordeel van het hof is onbegrijpelijk. De gedingstukken laten geen andere uitleg toe dan dat ter betwisting van het bezit is aangevoerd dat het gebruik van de strook grond vanaf de oprichting van de aanbouw berustte op (voortzetting van) een afspraak met de toenmalige eigenaar van de strook grond. Indien de rechtsvoorganger van de gebruiker geen bezitter van de strook grond was en dus geen bezit aan de gebruiker heeft overgedragen, kon de gebruiker slechts bezitter worden hetzij door een handeling van de eigenaar, hetzij door een tegenspraak van diens recht.