Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/8.2.2:8.2.2 Twee typen strooischade
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/8.2.2
8.2.2 Twee typen strooischade
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS582356:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Strooischade wordt in de literatuur wel onderverdeeld in twee typen strooischade.1 Het eerste type betreft vorderingen waarbij het voeren van een individuele procedure ter verkrijging van schadevergoeding financieel te kostbaar zou zijn voor de gelaedeerde, maar het voeren van een collectieve actie niet. Het tweede type betreft vorderingen waarbij de schade die wordt geleden zelfs zo gering is, dat het ook voor de gelaedeerde die wil deelnemen aan een collectieve actie ter verkrijging van schadevergoeding niet de moeite waard is om te procederen.
Bij het eerste type strooischade is een effectieve toegang tot de rechter in het geding. Het is financieel niet haalbaar om als gelaedeerde van een mededingingsinbreuk een individuele schadevergoedingsactie in te stellen. De kosten om individueel te procederen zullen te hoog zijn in verhouding met de te verwachten opbrengsten. Bij het tweede type strooischade zal de schade naar subjectieve maatstaven door de schadelijders niet snel als verlies of nadeel worden gevoeld.2 De drang om via een collectieve schadevergoedingsactie daadwerkelijk een op compensatie gerichte actie te ondernemen, is niet aanwezig nu de omvang van de geleden schade minimaal is. Er is bij de benadeelden sprake van wat in de literatuur wel 'rationele desinteresse' wordt genoemd.3 Dit neemt niet weg dat de schade van de groep benadeelden als geheel wel degelijk hoog kan zijn. Het onrechtmatig voordeel dat de inbreuk-maker heeft verkregen als gevolg van de voortdurende inbreuk op het mededingingsrecht zal substantieel zijn.4