Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/2.1:2.1 Inleiding
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/2.1
2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291328:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit onderzoek behandelt de vraag hoe de belastingheffing van vastgoedtransacties in de Europese btw plaatsvindt naar positief recht en hoe zij behoort plaats te vinden naar wenselijk recht. Omdat de Europese btw het object van onderzoek vormt, vangt dit hoofdstuk aan met een korte schets van de historie van de Europese btw alsmede de vindplaats van de Europese btw-regels (paragraaf 2.2). In paragraaf 2.3 plaats ik de Europese btw-regels in het unierechtelijke kader en ga ik in op de vraag hoe de Europe btw-regels doorwerken in het nationale recht van de lidstaten. Hierbij komt ook de belangrijke rol van het Hof van Justitie ter sprake. Om de onderzoeksvraag op een bevredigende wijze te kunnen beantwoorden is een toetsingskader nodig om te beoordelen of het positieve recht wenselijk is. Zoals in paragraaf 1.6 is aangegeven, wordt het positieve recht in dit onderzoek getoetst aan de (relevante) wezenlijke kenmerken van de Europese btw. Een inbreuk hierop wordt slechts gerechtvaardigd geacht voor zover het doelmatigheidsbeginsel en/of het formele rechtszekerheidsbeginsel daartoe nopen of noopt. In paragraaf 2.4 wordt het toetsingskader nader uitgewerkt door in te gaan op de wezenlijke kenmerken van de Europese btw. Vervolgens komen in deze paragraaf twee beginselen aan bod op grond waarvan een inbreuk op de wezenlijke kenmerken van de Europese btw gerechtvaardigd kan zijn: het doelmatigheidsbeginsel en het formele rechtszekerheidsbeginsel. In paragraaf 2.5 wordt dit hoofdstuk afgesloten met een conclusie.