FED 2018/164
Hofoordeel inzake kennelijk onbehoorlijk bestuur onvoldoende gemotiveerd; aansprakelijkstelling van voormalig aandeelhouder als feitelijk bestuurder
HR 08-06-2018, ECLI:NL:HR:2018:853, m.nt. T.A. Cramwinckel
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juni 2018
- Magistraten
Mrs. R.J. Koopman, P.M.F. van Loon, M.E. van Hilten
- Zaaknummer
17/02362
- Noot
T.A. Cramwinckel
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS173883:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Aansprakelijkheid
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑06‑2018
ECLI:NL:HR:2018:853, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑06‑2018
- Wetingang
Art. 36 lid 3 Invorderingswet 1990
Essentie
Hofoordeel inzake kennelijk onbehoorlijk bestuur onvoldoende gemotiveerd; aansprakelijkstelling van voormalig aandeelhouder als feitelijk bestuurder
Samenvatting
Belanghebbende (X) is als feitelijk bestuurder aansprakelijk gesteld voor belastingschulden van A BV (hierna: de BV). De aansprakelijkheidsstelling ziet op de van de BV nageheven loonheffing en omzetbelasting over de periode 1 januari 2010 tot en met 31 maart 2012 en de daarmee samenhangende bedragen aan boete, rente en kosten. In deze periode was belanghebbende formeel geen bestuurder meer, maar gerechtshof ’s-Hertogenbosch beslist – in navolging van Rechtbank Zeeland-West-Brabant – dat de Ontvanger aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende feitelijk bestuurder was. Het hof acht de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.