Einde inhoudsopgave
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/6.4.1.1
6.4.1.1 Ziet Laurus ook op de procedure op de voet van artikel 2: 354 BW?
mr. F. Veenstra, datum 28-10-2010
- Datum
28-10-2010
- Auteur
mr. F. Veenstra
- JCDI
JCDI:ADS467966:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Een fraai voorbeeld van het laatste vormt de beschikking van 2 november 1995, rekestnr. 104/95 OK, inzake Text Lite Holding. De OK oordeelt in r.o. 4.10-4.12 dat de betrokken commissarissen verwijtbaar tekort zijn geschoten in hun toezichthoudende taak en wel zodanig, dat zij medeverantwoordelijk zijn voor het wanbeleid. Deze overwegingen liggen zowel ten grondslag aan de vernietiging van de aan de desbetreffende commissarissen verleende decharges (r.o. 4.13 en 4.14) als aan de toewijzing van het verzoek tot kostenverhaal (r.o. 4.15).
207. De Hoge Raad heeft zijn beslissing dat de door de Ondernemingskamer vastgestelde feiten niet op voorhand vaststaan, zelfs niet behoudens tegenbewijs, blijkens de rechtsoverweging 3.7 en 3.8 beperkt tot de ‘tweede procedure van de enquête’, dat wil zeggen de fase die wordt ingeleid met een verzoek tot het treffen van voorzieningen (art. 2: 355 lid 1 jo. art. 2: 356 BW) en die uitmondt in het oordeel wanbeleid. De omstandigheid dat de procedure tot kostenverhaal formeel geen onderdeel uitmaakt van de hoofdprocedure en dat ons hoogste rechtscollege deze procedure niet in zijn overweging heeft betrokken, roept de vraag op of ons hoogste rechtscollege wat dit betreft een andere mening is toegedaan. Het lijkt mij niet goed voorstelbaar dat dit het geval is. Een eerste reden hiervoor is dat de Ondernemingskamer haar oordelen aangaande verzoeken tot kostenverhaal doorgaans baseert op dezelfde feiten als die welke in ‘de tweede procedure’ ten grondslag liggen aan eventueel door haar jegens de desbetreffende bestuurders of commissarissen te treffen voorzieningen. Bovendien kan zich een praktisch probleem voordoen – welke overwegingen zien waarop? – indien de behandeling van het verzoek tot kostenverhaal is geïncorporeerd in de tweede procedure.1