Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/5.4.0:Inleiding
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/5.4.0
Inleiding
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS602954:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Bijzondere onderwerpen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 1:3 BW wordt aandacht besteed aan bloed- en aanverwantschap. Voor verschillende rechtsgebieden is van belang om te weten of er sprake is van bloed- en aanverwantschap. Op grond van art. 1:41 lid 1 BW kan bijvoorbeeld geen huwelijk worden aangegaan tussen personen tussen wie een te nauwe bloedverwantschap bestaat. Bloed- en aanverwantschap is voorts van belang voor de vaststelling of een onderhoudsverplichting bestaat ten opzichte van bepaalde personen.
In art. 1:3 lid 1 BW is bepaald hoe de graad van bloed- en aanverwantschap wordt berekend. De graad van bloedverwantschap is gelijk aan het aantal geboorten dat tot de verwantschap heeft geleid. De eerste graad van de rechte opgaande lijn betreft dus de ouders, en de tweede graad van die lijn de grootouders. In de neergaande lijn zijn kinderen eerstegraads bloedverwanten, terwijl kleinkinderen tot de tweede graad behoren. Ten aanzien van de zijlijn omvat de tweede graad de broers en zusters, en de derde graad de ooms en tantes, of neven en nichten.