Heffingsmethoden, een valse dichotomie?
Einde inhoudsopgave
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/2.6:2.6 Conclusie
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/2.6
2.6 Conclusie
Documentgegevens:
Dr. H.M. Roose, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
Dr. H.M. Roose
- JCDI
JCDI:ADS447216:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk heb ik onderzocht waarom er verschillende heffingsmethoden zijn. Uit het deelonderzoek komt naar voren dat de wetgever dit tot nu toe nooit uiteen heeft gezet. Op basis van de bestudeerde bronnen ga ik er echter vanuit dat de wetgever bij de keuze voor een bepaalde heffingstechniek op dat moment vooral oog had voor een zo doelmatig mogelijke uitvoering. Bij de heffing van de Vermogensbelasting 1892 bleek het bijvoorbeeld voor zowel de Belastingdienst als belastingplichtigen uitvoeringstechnisch gemakkelijker als gebruik werd gemaakt van de eigen aangifte. Dit voorkwam onder andere onnodige bezwaarschriften. Dit streven naar doelmatigheid komt in feite neer het meewegen van enerzijds de factor ‘uitvoeringslasten voor de Belastingdienst’ en anderzijds de factor ‘administratieve lasten voor de belastingplichtigen’.
Het voor ogen hebben van een zo doelmatig mogelijke uitvoering brengt met zich mee dat de vormgeving van de heffingsmethoden voortdurend onderhevig is aan veranderingen op het technologische en maatschappelijke vlak.
In dit onderzoek staat de vraag centraal hoe keuzes op het vlak van de heffingsmethoden moeten worden gemaakt. Uit het rechtshistorisch onderzoek komt echter naar voren dat de wetgever nooit uiteen heeft gezet waarom hij het bestaan van verschillende heffingsmethoden noodzakelijk achtte, laat staan hoe een keuze daartussen tot stand kwam. Ik zal om die reden op een andere manier na moeten gaan hoe dat gebeurt. In hoofdstuk 3 onderzoek ik daartoe eerst welke onderlinge verschillen er zijn tussen de heffingsmethoden en welke veranderingen zich daarbij in de loop van de jaren hebben voorgedaan.