Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/13.6.3.2
13.6.3.2 Schriftelijke vastlegging voor een mondelinge overeenkomst
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS414394:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Laenens, TvP 1993, p. 1498; Laenens, Bevoegdheidsovereenkomsten, p. 98 voor algemene voorwaarden; Pres. Rb. Almelo 29 november 1993, rolnr. KG 278/93, (Mastenbroek/Maurer und Siihne Rauch und Wkmeteclmik GmbH & Co) n.g., die redeneert dat de forumkeuze door de orderbevestiging tot stand komt; Rb. Rotterdam 24 april 1997, NIPR 1997, 382; anders: Rb. Dordrecht 22 december 2004, http://www.rechtspraak.nl, LIN AR 8032 die zich baseert op HvJ EG 14 december 1976, zaak 24/76, Colzani/Rilwa, Jur. 1976, p. 1831, NJ 1977, 446 (hoger beroep ingesteld).
Rb. Maastricht 2 maart 1995, NIPR 1996, 294.
Par. 13.11 behandelt de regels over verwijzing naar een forumkeuze.
Vgl. Hof Leeuwarden 23 oktober 2002, http://www.rechtspraak.nl, LIN AE 9309.
Rb. 's-Gravenhage 27 november 1991, NIPR 1992, 267 (na Eerste Toetredingsverdrag); anders: OLG Celle 2 maart 1984, Serie D 1-17.1.2 - B 29; Hof 's-Hertogenbosch 26 oktober 1994, NIPR 1994, 261 en Rb. Dordrecht 22 december 2004, http://www.rechtspraak.nl, LIN AR 8032 die zich baseert op HvJ EG 14 december 1976, zaak 24/76, Colzani/Rilwa, Jur. 1976, p. 1831, NJ 1977, 446 (hoger beroep ingesteld); en Rb. Rotterdam 7 februari 2007, NIPR 2007, 154.
Rigaux, Dip, p. 546, nr. 1318; Laenens, TvP 1993, p. 1498; Travaux préparatoires Convention de Lugano, p. 14, 42 en 48; Schockweiler, Civil Jurisdiction, p. 125; Holleaux/Foyer/Geouffre de la Pradelle, D.i.p., p. 388; Reiser, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 55; CA Nouméa 12 augustus 1982, Serie D I-17.1.2-B 25; CA Parijs 14 december 1988, Clunet 1990, p. 157; Pres. Rb. Dordrecht 3 oktober 1991, KG 1991, 402; Pres. Rb. Zutphen 29 november 1993, KG nr. 278/93, (Mastenbroek/ Maurer und Siihne Rauch- und Wkmetechnik GmbH & Co. KG) n.g. Hof Amsterdam 9 maart 1995, NIPR 1996, 112; anders (oudere) rechtspraak: OLG Frankfurt 27 april 1976, Serie D I-17.1.2-B 4; OLG Karlsruhe 30 december 1981, Serie D I-17.1.1-B 17; Rb. Maastricht 31 januari 1985, NIPR 1985, 290; OLG Celle 2 maart 1984, Serie D I-17.1.2-B 29; OLG Hamburg 19 september 1984, Serie D I-17.1.2-B 30; Rb. Alkmaar 26 maart 1987, NIPR 1987, 460 en Rb.Rotterdam 7 februari 2007, NIPR 2007, 154 (die ten onrechte een schriftelijke aanvaarding eisen van de bevestiging); Rb. Almelo 21 juni 1989, NIPR 1989, 468; Rb. Zwolle 16 augustus 1995, NIPR 1996, 307 (die ten onrechte een schriftelijke aanvaarding eist van de bevestiging); Rb. Middelburg 11 september 1996, NIPR 1997, 133 (die blijkbaar een expliciete wilsuiting vereist); Rb. Rotterdam 15 april 1999, NIPR 1999, 298 (die blijkbaar een expliciete wilsuiting vereist); Hof Leeuwarden 23 oktober 2002, http://www.rechtspraak.nl, LIN AE 9309.
Rb. Rotterdam 21 maart 2002, NIPR 2003, 213 behandelt het geval dat een brief van een advocaat bij een concept dagvaarding onweersproken blijft. De rechtbank neemt terecht geen forumkeuze aan.
Travaux préparatoires Convention de Lugano, p. 48 en 56.
Raad van Arbitrage voor Metaalnijverheid en -Handel 24 september 1986, NIPR 1987, TvA 1987, p. 56 (arbitraal beding); CA Parijs 14 december 1988, Clunet 1990, p. 157; Pres. Rb. Dordrecht 3 oktober 1991, KG 1991, 402; Rb. 's-Gravenhage 27 november 1991, NIPR 1992, 267 (vorm in het internationale handelsverkeer); Rb. Rotterdam 24 april 1997, NIPR 1997, 382; Rb. Rotterdam 8 juni 2000, NIPR 2000, 311; anders: Rb. Rotterdam 7 februari 2007, NIPR 2007, 154.
Krings, Preadvies NV1R 1978, p. 116; Raad van Arbitrage voor Metaalnijverheid en Handel 24 september 1986, NIPR 1987, 453, TvA 1987, p. 56 (arbitraal beding); anders Pocar, RabelsZ 1978, p. 422; Cour de Cassation lère ch. civ. 3 december 1985, Serie D I-17.1.2-B 32 en RvK Doornik 16 januari 1979, Serie D I-17.1.2-B 15; OLG Frankfurt 27 april 1976, Serie D I-17.1.2-B 4; Rb. Almelo 21 juni 1989, NIPR 1989, 468; Rb. Rotterdam 8 juni 2000, NIPR 2000, 311.
Vgl. Raad van Arbitrage voor Metaalnijverheid en Handel, 24 september 1986, TvA 1987, p. 56, NIPR 1987, 453; Pres. Rb. Dordrecht 3 oktober 1991, KG 1991, 402; Rb. 's-Gravenhage 27 november 1991, NIPR 1992, 267; Rb. Rotterdam 24 april 1997, NIPR 1997, 382 (met bewijsopdracht); anders: Gothot/Holleaux, La Convention, p. 104, nr. 173.
Rb. Roermond 14 april 1988, NIPR 1989, 140; Rb. Maastricht 7 juni 1990, NIPR 1992, 272.
Rb. Maastricht 26 januari 1995, NIPR 1995, 278.
Hof Amsterdam 6 oktober 1994, NIPR 1995, 258.
Rb. Arnhem 10 maart 2004, http://www.rechtspraak.nl, LIN AO 9419 in geval van de koop van een vrachtauto gevolgd door een opdracht tot reparatie.
Anders: Cour de Cassation lère ch. civ. 3 decmber 1985, Serie D 1-17.1.2 - B 32 onder verwijzing naar het op dit punt achterhaalde arrest Segoura/Bonakdarian dat een schriftelijke bevestiging vereiste van de wederpartij, zie par. 13.6.2 met een bespreking van het arrest. Een processtuk kan echter geen schriftelijke bevestiging van een mondelinge overeenkomst zijn, zie par. 13.6.3.1. Een processtuk kan alleen een rol spelen om vast te stellen of een partij de schriftelijke bevestiging (stilzwijgend) heeft aanvaard.
HvJ EG 11 november 1986, zaak 313/85, Iveco/Van Hooi, Jur. 1986, p. 3337, NJ 1987, 479; vgl. Rb. Amsterdam 2 april 1986, NIPR 1986, 487 en Rb. Arnhem 9 juni 2004, http://www.rechtspraak.nl, LJN AP 5787.
CC lère ch. civ. 31 mei 1983, Serie D I-17.1.2-B 27. Bij ondertekening is sprake van een schriftelijke overeenkomst; vgl. Rb. Rotterdam 9 september 1999, NIPR 2000, 46 (waar de orderbevestiging zonder protest werd behouden).
Raad van Arbitrage voor Metaalnijverheid en Handel 24 september 1986, TvA 1987, p. 56, NIPR 1987, 453 voor een arbitraal beding.
OLG Stuttgart 24 juli 1979, Serie D I-17.1.2-B 18; anders: Rb. Rotterdam 7 februari 2007, NIPR 2007, 154.
OLG Celle 2 maart 1984, Serie D I-17.1.2-B 29.
Zie ook par. 13.5.3; Hof Leeuwarden 4 april 1984, NI 1984, 745; Rb. Amsterdam 2 april 1986, NIPR 1986, 487; Rb. Arnhem 24 april 1997, NIPR 1997, 378; Rb. Arnhem 3 mei 2002, NIPR 2002, 253; Rb. Arnhem 29 september 2004, http://www.rechtspraak.nl, LIN AR 3534; Rb. Arnhem 6 oktober 2005, NIPR 2006, 51; anders: Hof 's-Hertogenbosch in HR 24 september 1999, NI 2000, 552 en Pres. Rb. Roermond in Hof 's-Hertogenbosch 10 januari 2002, NIPR 2003, 43 .
Rb. Arnhem 18 maart 1993, NIPR 1993, 473; HR 24 september 1999, NI 2000, 552 (Van Maanen/ Caorle); Rb. Arnhem 5 februari 2006, NIPR 2006, 311.
Rb. Arnhem 18 maart 1993, NIPR 1993, 473; HR 24 september 1999, NI 2000, 552 (Van Maanen/ Caorle); Rb. Arnhem 3 mei 2002, NIPR 2002, 253; Hof 's-Hertogenbosch 3 oktober 2002, NIPR 2003, 45, zie ook het in dit arrest opgenomen vonnis van de Rechtbank te Breda; Rb. Rotterdam 12 mei 2004, NIPR 2005, 66 (arbitraal beding); anders: Pres. Rb. Roermond in Hof 's Hertogenbosch 10 januari 2002, NIPR 2003, 43.
Rb. Rotterdam 9 september 1999, NIPR 2000, 46; Rb. Arnhem 3 mei 2002, NIPR 2002, 253; anders: Rb. Breda 13 november 2001 opgenomen in Hof 's Hertogenbosch 3 oktober 2002, NIPR 2003, 45.
Zie bijv. Rb. Arnhem 15 februari 2006, NIPR 2006, 311.
Anders: Rb. Amsterdam 19 januari 1977, Serie D I-17.1.2-B 6, NI 1977, 576 in een bijzonder geval waar een grote periode zich bevond tussen de ontvangst van de catalogus en de sluiting van de overeenkomst.
Zie ook par. 13.8.3.3.
RvK Luik 9 maart 1979, Sprl Cyluit & Fils/SpA Nuova Rubertex, Serie D 1-17.1.2 - B 15; Raad van Arbitrage voor Metaalnijverheid en -Handel 24 september 1986, NIPR 1987, 453, TvA 1987, p. 56; Pres. Rb. Dordrecht 3 oktober 1991, KG 1991, 402; Rb. 's-Gravenhage 27 november 1991, NIPR 1992, 267 (vorm in de internationale handel onder EEX zoals gewijzigd door het Tweede Toetredingsverdrag); Hof 's-Gravenhage 24 juni 2003 in HR 28 januari 2005, NJ 2006, 517, NIPR 2005, 133 (Vergo/Grootscholten). Anders (m.n. oudere) rechtspraak: OLG Karlsruhe 30 december 1981, Serie D I-17.1.1-B 17 (bestelformulier, forumkeuze ongeldig); Rb. Maastricht 31 januari 1985, NIPR 1985, 290 (bestelformulier zonder protest behouden); Hof 's-Hertogenbosch 26 oktober 1994, NIPR 1994, 261; Rb. Middelburg 11 september 1996, NIPR 1996, 133 (offerte stilzwijgend behouden is onvoldoende); Rb. Rotterdam 24 april 1997, NIPR 1997, 382; Rb. Rotterdam 15 april 1999, NIPR 1999, 298 (orderbevestigingen per fax verzonden met verwijzing naar achterzijde, die niet was gestuurd); Vzr. Rb. Arnhem 2 december 2003, NIPR 2004, 46 (pro forma factuur).
RvK Kortrijk 18 oktober 1977, NV Willy Carpentier/Van Dijck, vermeld in Krings, Preadvies NV1R 1978, p. 118. Anders: OLG München 11 februari 1981, Serie D 1-17.1.2 - B 22.
Rb. Breda 23 maart 1995, rolnr. HAZA 94/715, (mr Arts qq/Kimberley Clark GmbH), n.g.
Rb. Rotterdam 14 januari 2004, NIPR 2005, 63.
Anders: Rb. Dordrecht 22 december 2004, http://www.rechtspraak.nl, IJN AR 8032 die zich baseert op HvJ EG 14 december 1976, zaak 24/76, Colzani/Rilwa, Jur. 1976, p. 1831, NJ 1977, 446 (hoger beroep ingesteld).
Rb. Amsterdam 10 februari 1993, NIPR 1994, 159; anders: Hof Amsterdam 25 april 1985, Serie D I-17.1.2-B 31, NIPR 1985, 475, NJ 1986, 557.
Rb. Amsterdam 10 februari 1993, NIPR 1994, 159.
Het gaat in de praktijk meestal om de situatie dat een partij een schriftelijk aanbod doet dat vervolgens mondeling (stilzwijgend) wordt aanvaard, althans door de andere partij niet wordt weersproken. Zoals in de vorige paragraaf opgemerkt, staat deze wijze van totstandkoming op gespannen voet met de tekst van art. 23 lid 1 sub a EEX-V°/17 lid 1 sub a Verdrag en de jurisprudentie van het Hof van Justitie. In de nationale rechtspraak is deze wijze van het sluiten van een forumkeuze echter vaak aanvaard, zoals blijkt uit de rechtspraak hierna.
Voor deze situatie geldt de hoofdregel dat een forumkeuze in de vorm van 192 HvJ EG 20 februari 1997, zaak C-106/95, MSG/Les Gravières, Jur. 1997, p. 1-911, NJ 1998, 565, r.o. 19.
een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst tot stand komt, indien de (professionele) wederpartij de (algemene) voorwaarden — waaronder de forumkeuze — voor of bij het sluiten van de overeenkomst kende of behoorde te kennen.1 Doorslaggevend zijn daarbij de feiten en omstandigheden voor of bij het sluiten van de overeenkomst en niet eventuele latere gebeurtenissen.2 Indien de aanbieder deugdelijk heeft verwezen, wordt de wederpartij geacht de forumkeuze te kennen.3 Gaat de schriftelijke vastlegging (met voldoende verwijzing naar de (algemene) voorwaarden waarvan de forumkeuze deel uitmaakt)4 aan de aanvaarding van het aanbod vooraf, dan is de wederpartij aan de forumkeuze gebonden.5
De aanvaarding van het schriftelijke aanbod of de bevestiging kan stilzwijgend plaatsvinden6 en kan worden afgeleid uit de omstandigheden van het geval. Naar analogie van het bepaalde in art. 18 lid 1 Weens Koopverdrag 1980 is echter stilzwijgen of niet reageren op zichzelf geen aanvaarding.7 Of een stilzwijgen een aanvaarding inhoudt hangt af van de omstandigheden van het geval. Deze moeten voldoende duidelijk zijn en mogen niet leiden tot een omkering van de bewijslast.8 Zodanige omstandigheden van het geval waaruit aanvaarding van de forumkeuze kan blijken, zijn onder meer:
Het stilzwijgen na ontvangst van een opdrachtbevestiging, indien voor het sluiten reeds een offerte met verwijzing naar de voorwaarden heeft plaatsgevonden of een ander stuk met verwijzing naar de voorwaarden door de wederpartij is ontvangen.9
Het - zonder protest - uitvoeren van de overeenkomst nadat de forumkeuze aan de wederpartij was bekend gemaakt.10
Het niet protesteren na ontvangst van de bevestiging nadat reeds eerder in het aanbod naar de voorwaarden waaronder een forumkeuze is verwezen 11 Dat geldt eveneens voor het niet protesteren na ontvangst van facturen.12 Een doorhaling van de algemene voorwaarden (met daarin een forumkeuze) is daarentegen een aanwijzing voor het tegendeel;13
Het reeds eerder een schriftelijke overeenkomst hebben gesloten waarin een forumkeuze was opgenomen en de schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst hangt met deze eerdere levering samen.14 Dat laatste is van belang en dient nauwkeurig te worden getoetst, omdat een samenhang bijv. ontbreekt indien een schriftelijke koopovereenkomst wordt gevolgd door mondelinge reparatieovereenkomst van het gekochte.15 Dat zou anders kunnen zijn indien de reparatieovereenkomst voortvloeit uit de koopovereenkomst, omdat de verkoper zich in de koopovereenkomst heeft verbonden tot reparatie gedurende een bepaalde periode;
De eiser baseert (in het inleidend processtuk) de vordering op de wederpartij expliciet op de overeenkomst met de forumkeuze zonder aan te geven dat de forumkeuze niet is aanvaard.16
Stilzwijgende voortzetting van een schriftelijke overeenkomst (zonder deze overeenkomst te verlengen)17 kan onder omstandigheden worden beschouwd als een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst. Hierbij zullen de omstandigheden van het geval een sterke rol spelen: op welke wijze zijn partijen zich blijven gedragen, hebben zij bepaalde verplichtingen uit de oorspronkelijke overeenkomst nageleefd, hebben onderhandelingen plaatsgevonden over een nieuwe overeenkomst, zijn tijdelijke afspraken gemaakt, etc.;
Het retourneren van een kopie van een orderbevestiging aan de wederpartij (ongetekend, zonder bezwaar te maken) waarin een forumkeuze voorkomt, duidt op een stilzwijgende aanvaarding van de forumkeuze;18
Het becommentariëren van een schriftelijke bevestiging zonder bezwaar te maken tegen de forumkeuze duidt op wilsovereenstemming over het gekozen gerecht.19
Indien de wederpartij niet zwijgt, wat zijn dan de gevolgen? Is de forumkeuze dan niet (langer?) geldig of doet zich een bewijsprobleem voor over de totstandkoming van de forumkeuze? De laatste oplossing lijkt mij de beste, omdat het uiteindelijk gaat om de vraag of wilsovereenstemming is bereikt over de forumkeuze. Indien partijen van mening verschillen, dient de forumkeuze te worden bewezen, omdat niet is uitgesloten dat ondanks de betwisting toch overeenstemming was bereikt. Een partij dient niet in staat te zijn door een enkele betwisting de geldigheid van een forumkeuze te blokkeren.
Specifiek naar het soort geschrift kan de volgende onderverdeling worden gemaakt:
Correspondentie en concepten
Een aparte brief met daarbij gevoegd de algemene voorwaarden met een forumkeuze die is toegezonden aan de wederpartij voor het sluiten van de mondelinge overeenkomst volstaat voor een geldige forumkeuze.20 Indien in de correspondentie is verwezen, maar in het uiteindelijke aanbod (dat is aanvaard) geen verwijzing naar de forumkeuze heeft plaatsgevonden, is de forumkeuze niet geldig.21
Het zenden over en weer van concepten van een overeenkomst leidt niet tot een forumkeuze, indien uiteindelijk geen overeenkomst tot stand komt, zelfs niet indien in de concepten (van ieder van de partijen) steeds een gerecht in één land wordt aangewezen.22 Het bezit van een (niet getekend) concept bewijst op zich niet dat wilsovereenstemming bereikt is over de inhoud.23 Evenmin mag steeds van een geldige forumkeuze worden uitgegaan, indien een concept nooit is ondertekend maar partijen wel een mondelinge overeenkomst zijn aangegaan.24Ik acht echter wel sprake van een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst, indien partijen het concept niet hebben ondertekend, maar het concept als feitelijke grondslag heeft gediend en partijen de bepalingen uit de concept-overeenkomst zijn nagekomen.25 Dat zal overigens niet te snel mogen worden aangenomen.26 Indien partijen een concept alleenverkoopovereenkomst hebben uitgewisseld, is de omstandigheid dat daarna een partij exclusief zaken van de andere partij verkoop in een bepaald territoir niet voldoende. Uit bijzondere afspraken, bijv. over marktbewerking, reclamebijdragen, opleiding van vertegenwoordigers en verwijzingen tijdens de looptijd naar de concept overeenkomst kan deze conclusie naar mijn mening echter wel worden getrokken.
Catalogi, prijscourant en prospectus
Over catalogi, prijscouranten en prospectussen is mij geen relevante rechtspraak bekend. In lijn met de jurisprudentie over correspondentie zal een forumkeuze in deze stukken leiden tot een geldige forumkeuze, indien de wederpartij daarvan vooraf kennis heeft genomen of redelijkerwijs heeft kunnen nemen. Indien een klant bijv. onder verwijzing naar de schriftelijke prijscourant heeft besteld, is een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst tot stand gekomen.27 Anders dan art. 23 EEX-V°/17 Verdrag doet vermoeden, gaat de schriftelijke vastlegging dan vooraf aan de mondelinge overeenkomst. Hetzelfde geldt voor mondelinge overeenkomsten die een klant sluit aan de hand van een catalogus of prospectus die hij tevoren heeft ontvangen, mits de bestelling c.q. koop van effecten een verwijzing bevat naar de catalogus respectievelijk prospectus. In de praktijk zal zich eerder een bewij sprobleem voordoen. Op welke wijze kan de gebruiker van de catalogus of prijscourant aantonen dat de mondelinge bestelling of overeenkomst aan de hand van dit stuk plaatsvond? Bij de koop van effecten waarvoor een prospectus is gepubliceerd lijkt mij dat niet gauw kan worden ontkend dat de koop op basis van de prospectus heeft plaatsgevonden, indien publicatie van een prospectus verplicht is. De koper had dan kennis moeten nemen van de inhoud en kan zich niet op onwetenheid met een forumkeuze in de prospectus beroepen of met succes stellen dat hij de effecten niet aan de hand van de prospectus heeft gekocht.28
Offerte, bestel- en opdrachtformulier
In de regel acht de rechter een overeenkomst die volgt na ontvangst door de andere partij van een offerte, bestel- of opdrachtformulier zonder de inhoud te betwisten, geldig ten aanzien van de forumkeuze.29 Indien de verweerder het bestelformulier met geldige verwijzing naar algemene voorwaarden heeft ondertekend maar de eiser niet, kan de verweerder geen beroep doen op de ongeldigheid van de forumkeuze. Hoewel geen schriftelijke overeenkomst maar een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst tot stand is gekomen, is een schriftelijke bevestiging door de verweerder bindend.30 De offerte of het bestel- of opdrachtformulier moet betrekking hebben op de vordering die in geschil is 31 In de bevestiging zal naar de forumkeuze of de algemene voorwaarden waarvan de forumkeuze deel uitmaakt, moeten zijn verwezen.32 Deze voorwaarde volgt ook uit het vereiste van wilsovereenstemming.
Ontvangstbewijs, recu en kwitantie
Deze stukken zullen zelden aan een overeenkomst vooraf gaan. Bij een ontvangstbewijs voor de ontvangst van een bestek, een kwitantie of reçu voor een aanbetaling - bijv. in het kader van een voorafgaande selectie in het kader van een (Europese) aanbesteding - zal in beginsel de wederpartij tijdig op de forumkeuze zijn gewezen. Ook kan worden gedacht aan de ondertekening van een pakbon met de algemene voorwaarden met een forumkeuze.33 Bij een daarop volgende mondelinge overeenkomst zal de forumkeuze in de vorm van een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst geldig zijn. Deze situatie is uitzonderlijk, omdat een pakbon bijna steeds na de mondelinge overeenkomst zal volgen, indien de tot levering verplichte partij de zaken levert. De hier bedoelde a-typische situatie kan zich bijv. voordoen bij proefzendingen.
Veilingvoorwaarden
Indien de veilingvoorwaarden vooraf schriftelijk zijn bekendgemaakt (door aanplakking, overhandiging voor aanvang, opname in de veilingcatalogus, vermelding op de schriftelijke biedingen, etc) en een persoon verwerft op de veiling zaken waarover een geschil ontstaat, is de forumkeuze volgens art. 23 EEX-V°/17 Verdrag geldig.34 Hierbij speelt mede een rol dat veilinghuizen algemene voorwaarden plegen te gebruiken, zodat de professionele veilingdeelnemer hiermee rekening dient te houden en hiervan op de hoogte is of behoort te zijn 35 Enkele voorlezing van de algemene voorwaarden — zonder overhandiging — acht ik niet voldoende, omdat zulks geen schriftelijke bevestiging is. Overhandiging en voorlezing is wel voldoende. Bij telefonische biedingen blijft een probleem bestaan, omdat de bieders geen kennis nemen van de (algemene) voorwaarden. Deze bieders zouden telefonisch op de toepasselijkheid moeten worden gewezen gevolgd door een schriftelijke bevestiging.