Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/5.2.3
5.2.3 Sfeerovergangen in de winstsfeer
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630557:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
De sfeerovergang bij een objectvrijstelling wordt niet meegenomen in de rechtsvergelijking. Voor een analyse van de compartimenteringsleer bij toepassing van de deelnemingsvrijstelling in Duitsland verwijs ik naar Elsweier onderdeel 8.3.6 en 8.4.2: ‘Bij een sfeerovergang als gevolg van een verandering van de feiten en omstandigheden (feitencompartimentering) wordt de compartimenteringsgedachte niet toegepast door de Duitse wetgever. Bij een sfeerovergang als gevolg van een wettelijke wijziging (regelcompartimentering) heeft de Duitse wetgever zelf gezorgd voor overgangsregelgeving, waarbij de compartimenteringsgedachte soms wel (bijvoorbeeld bij de hervorming in 2001 van het Anrechnungsverfahren naar het Halbeinküfteverfahren) en soms niet (bijvoorbeeld invoering van de bezitsvereiste) is toegepast. Bij bovengenoemde hervorming in 2001 heeft de wetgever de compartimenteringsgedachte uitvoerig wettelijk vastgelegd in overgangsregelgeving die zich uitstrekt over 18 jaar (§36-40 KStG).’
Op basis van het Duitse belastingrecht kan een sfeerovergang van een onderneming plaatsvinden ingeval:
de vrijstelling voor bepaalde typen ondernemingen zoals bepaald in § 5 van de KStG vervalt, omdat niet meer aan de voorwaarden van de vrijstelling wordt voldaan;
een overheidsorganisatie belastingplichtig wordt. In Duitsland zijn overheidsorganisaties in beginsel niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Wanneer er echter economische activiteiten worden verricht die kwalificeren als bedrijfsactiviteiten, leidt dit tot belastingplicht voor de betreffende onderneming en is er derhalve sprake van een sfeerovergang;
de feitelijke leiding van een lichaam wordt verplaatst naar Duitsland, waardoor de belastingplicht in Duitsland aanvangt.1
In het Duitse belastingrecht werd tot implementatie van de ATAD-richtlijn geen onderscheid gemaakt naar het type sfeerovergang. In alle gevallen gold het waarderingsvoorschrift van § 13 KstG dat bepaalt dat activa en passiva gewaardeerd moeten worden op de Teilwert. Na implementatie van de ATAD-richtlijn zijn er wel specifieke regels voor de onder de ATAD-richtlijn beschreven sfeerovergangen. Hierop kom ik in de navolgende subparagraaf terug.
Op het moment dat sprake is van een sfeerovergang van belast naar onbelast, dient de onderneming op grond van § 13, Abs 2 KstG een fiscale eindbalans te maken. Op deze eindbalans dienen de vermogensbestanddelen (behoudens de zelfgevormde goodwill) te worden gewaardeerd tegen de Teilwert. Deze bepaling is vergelijkbaar met de Nederlandse exitheffing. Een belangrijk verschil is echter dat op grond van §13, Abs 2 und KstG lichamen de vermogensbestanddelen mogen waarderen tegen de boekwaarde in plaats van de waarde in het economische verkeer indien de sfeerovergang wordt veroorzaakt doordat het lichaam gebruik kan maken van de vrijstelling voor algemeen nut beogende instellingen. Hierdoor hoeven dergelijke lichamen bij een sfeerovergang van belast naar onbelast niet af te rekenen over de stille reserves welke zijn ontstaan in de belaste periode maar nog niet zijn gerealiseerd. De reden hiervoor is dat als een entiteit verandert van belastbare naar vrijgestelde status, de entiteit geen liquiditeitsnadeel heeft en ze deze middelen kan gebruiken voor liefdadigheidsactiviteiten.
5.2.3.1 Implementatie van de ATAD-richtlijn