Einde inhoudsopgave
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/3.3.2
3.3.2 Schade als gevolg van een onrechtmatig besluit
S.A.L. van de Sande, datum 01-02-2019
- Datum
01-02-2019
- Auteur
S.A.L. van de Sande
- JCDI
JCDI:ADS507332:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover De Graaf, Marseille & Sietses 2015, p. 17-18.
ABRvS (vz.) 28 mei 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2042 (Dubbele woonbestemming I) en ABRvS 23 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2800 (Dubbele woonbestemming II).
ABRvS 24 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1348 (Bodemverontreiniging Hendrik-Ido-Ambacht).
Voor de gevallen die onder het bereik van Titel 8.4 Awb vallen, dat wil zeggen de schadeoorzaken die zich na 1 juli 2013 hebben voorgedaan, zal het thans gaan om het – ten onrechte – bekendmaken van een van rechtswege gegeven beschikking als bedoeld in artikel 4:20c Awb, dat sinds 28 december 2009 geldt.
ABRvS 2 oktober 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE8289 (Rapsody), ABRvS 13 november 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AF0276 (Desmepol), ABRvS 30 november 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU6348 (La Vie en Rose), ABRvS 22 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:99, JB 2014/ 62 m.nt. G. Overkleeft-Verburg (Hoge Raad van Adel) en ABRvS 23 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2761, AB 2015/365 m.nt. C.B. Modderman (Haags werkbedrijf). Zie over het besluitkarakter van een dergelijke beslissing Daalder 2005, p. 247-248 en Daalder 2015, p. 459-460.
Ten eerste is de bestuursrechter bevoegd om het bestuursorgaan op verzoek van een belanghebbende te veroordelen tot het vergoeden van de schade die de belanghebbende lijdt of zal lijden als gevolg van een onrechtmatig besluit (artikel 8:88 lid 1, aanhef en onder a, Awb).1 Deze a-categorie van schadeoorzaken lijkt van beperkte betekenis te zijn voor het verkrijgen van schadevergoeding wegens informatieverstrekking. Vereist is immers dat informatieverstrekking kan worden aangemerkt als een besluit. Zoals hiervoor in paragraaf 3.2.1 is uiteengezet, is informatieverstrekking doorgaans niet gericht op rechtsgevolg en is het om die reden geen besluit.
Een brief met de mededeling dat het college niet zal meewerken aan de vestiging van een dubbele woonbestemming op een perceel en dat in het geval van overtreding van de voorschriften van het bestemmingsplan bestuurlijke handhavingsmaatregelen zullen volgen, is niet gericht op rechtsgevolg en kan dus niet ten grondslag worden gelegd aan een verzoek om schadevergoeding op de voet van artikel 8:88 lid 1, aanhef en onder a, Awb.2 Hetzelfde geldt voor een brief met de mededeling dat appellant artikel 13 Wet bodembescherming moet naleven en dat uit dit artikel rechtstreeks een verplichting voor hem voortvloeit om een bodemonderzoek te laten uitvoeren.3 Deze brief roept namelijk geen nieuw (publiekrechtelijk) rechtsgevolg in het leven.
Bovendien dient informatieverstrekking te kunnen worden aangemerkt als een appellabel besluit om als grondslag van een verzoek om schadevergoeding in deze categorie te kunnen fungeren (artikel 8:88 lid 2 Awb). Een eis van processuele connexiteit geldt, zoals bij het zelfstandig schadebesluit (paragraaf 3.2.3), dus ook hier. Slechts in een beperkt aantal gevallen van informatieverstrekking zal hieraan worden voldaan. In de eerste plaats kan worden gedacht aan een aantal uitzonderingen op de hoofdregel dat (zuivere) informatieverstrekking niet is gericht op rechtsgevolg. Deze uitzonderingen zijn oneigenlijk omdat informatieverstrekking in deze gevallen uitsluitend uit het oogpunt van rechtsbescherming en rechtszekerheid wordt gelijkgesteld met een besluit, zonder dat daadwerkelijk een rechtsgevolg aanwezig is. Hierbij kan worden gedacht aan het appellabele bestuurlijke rechtsoordeel, zoals is besproken in paragraaf 3.2.2, en aan de mededeling dat van rechtswege vergunning is verleend,4 zoals aan de orde is geweest in paragraaf 3.2.4. In de tweede plaats kan worden gedacht aan een beslissing op een verzoek tot openbaarmaking van informatie die is neergelegd in documenten (als bedoeld in artikel 3 Wob). Het rechtsgevolg van een dergelijke beslissing is het al dan niet inwilligen van een verzoek om informatie, zodat sprake is van een besluit in de zin van de Awb.5 Zo’n beslissing kan onder omstandigheden schade veroorzaken. Hierbij moet echter worden bedacht dat slechts sprake is van een appellabel besluit indien dit volgt op een verzoek als bedoeld in artikel 3 lid 1 Wob. Een informatieve vraag is geen Wob-verzoek (zie paragraaf 2.8.2). Het antwoord op zo’n vraag is daarom geen besluit, en daarmee niet appellabel, zodat het niet als grondslag van een verzoek op de a-grond van artikel 8:88 lid 1 Awb kan dienen.