Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/3.6.4
3.6.4 Van WCO II naar WHOA
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192790:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Het ZIFO organiseerde in maart 2013 een debatmiddag getiteld ‘Herstructurering en Insolventie: naar een Scheme of Arrangement’. Zie Jol e.a. 2013. Ook op het grootschalige ‘Eyes on Insolvency’-congres in het voorjaar van 2013 is van verschillende zijden voor de invoering van een dwangakkoord buiten insolventie gepleit. Zie voor een verslag van de discussie Kentie & Kloet 2013. In november 2013 stond ook het Van der Heijden congres in het teken van de herstructurering van bedrijven in moeilijkheden, zie voor bijdragen over het akkoord Van Galen 2014a; Van Hees 2014.
Jol e.a. 2013 en Van Galen 2014b.
Vriesendorp, Hermans & De Vries 2013a; Vriesendorp, Hermans & De Vries 2013b; Vriesendorp, Hermans & De Vries 2013c.
Daarbij was de benoeming van een gerechtelijk insolventieadviseur verplicht. INSOLAD 2012a, p. 31-34
Zie bijv. Kamerstukken II 2012/13, 29 911, nr. 74 p. 2 en Kamerstukken II 2013/14, 33 695, nr. 3, p. 2, Kamerstukken II 33 695, nr. 1, p. 1;
Zie bijv. Kamerstukken II 2013/14, 33 695, nr. 5, p. 1.
Zie over de Aanbeveling §3.5.2.
MvT Voorontwerp WCO II, §2.5 en 2.6.
Zestien reacties zijn gepubliceerd op www.internetconsultatie.nl/wco2 (laatst geraadpleegd 30 december 2019). Het betrof reacties van Deloitte, De Brauw Blackstone Westbroek, Nederlandse Orde van Advocaten, Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants, Clifford Chance, de Pensioenfederatie, Nederlandse Vereniging van Banken, Van Iersel Luchtman, INSOLAD, Vereniging van Incasso- en procesadvocaten, AKD, FNV, Boels Zanders Advocaten, Eumedion, Oxyz en één particulier, dhr. ing. C.J.J. Pouw. Ook de Raad voor de rechtspraak en de gecombineerde commissie vennootschapsrecht van de KNB en de NOVA schreven reacties, deze zijn niet gepubliceerd op www.internetconsultatie.nl/wco2, maar zijn te raadplegen op respectievelijk www.knb.nl en www.rechtspraak.nl (laatst geraadpleegd 30 december 2019).
Zie bijvoorbeeld Vriesendorp 2014; Mennens & Veder 2015; Mennens & Beekhoven van den Boezem 2015; Lennarts 2015; Van Amsterdam 2015; Schreurs 2016; Strik 2016. In deze bijdragen worden de uitgangspunten van de wetgever onderschreven, maar worden er kritische kanttekeningen geplaatst bij onderdelen van het wetsvoorstel. Uitgesproken kritisch, met name over de waarborgen tegen misbruik van de voorgestelde procedure: Tideman 2015.
In de voortgangsbrief van juli 2015 schreef de minister ernaar te streven om het voorstel in het najaar van 2015 aan de Raad van State voor te leggen (Kamerstukken II 2014/15, 33 695, nr. 8, p. 2). In december 2015 uitte de minister de verwachting dat het voorstel in het voorjaar van 2016 naar de Raad van State gezonden zou worden (Kamerstukken II 2015/16, 33 695, nr. 10, p. 2). In de zevende voortgangsbrief van juli 2016 schreef de minister ernaar te streven het wetsvoorstel in het najaar van 2016 naar de Raad van State te sturen (Kamerstukken II 2015/16, 33 695, nr. 12, 2). In februari 2017 sprak de minister van een streven om het wetsvoorstel ‘spoedig’ voor advies aan de Afdeling advisering van de Raad van State te zenden (Kamerstukken II 2016/17, 33 695, nr. 14, p. 2).
De gedachte achter deze naamswijziging wordt niet vermeld in de Memorie van Toelichting. Verstijlen is kritisch op de nieuwe naam, omdat er niet uit blijkt dat er sprake is van een dwangakkoord. Zie Verstijlen 2017, p. 97.
Tollenaar 2016, p. 86.
Het betrof reacties van de Nederlandse Orde van Advocaten, De Brauw Blackstone Westbroek, FAAN, PwC, EY, Whoa Business Rescue Team, Clifford Chance, Over Rood Cooperatie, VNO-NCW, NVL, NVB, NautaDutilh, Eumedion, De Pensioenfederatie, Kruger, Houthoff, Commissie MKB van de NBA, Universiteit Leiden, Boels Zanders Advocaten, INSOLAD, FNV, Van Campen Liem Luxembourg, te raadplegen op www.internetconsultatie.nl/wethomologatie (laatst geraadpleegd 30 december 2019).
Deze zijn niet gepubliceerd op www.internetconsultatie.nl/wethomologatie, maar zijn te raadplegen op www.knb.nl en www.rechtspraak.nl (laatst geraadpleegd 30 december 2019).
De Kluiver 2017.
Vieira 2017; Van Gangelen & Gispen 2017; Van den Berg 2017; Spierings & Kolthof 2017; Moulen Janssen & Rensen 2018 Mensink & Dellebeke 2018, Orbán 2018, Moulen Janssen 2018a; Moulen Janssen 2018b; Beni Driss 2019; Nieuwenhuis & Tollenaar 2019; Van den Berg 2019, hoofdstuk 5.
Zie over het gebruik van het akkoord als instrument voor een gecontroleerde liquidatie nr. 510.
99. De minister vermeldde bij de aankondiging van het herijkingsprogramma onder meer te willen voorzien in “een akkoord dat dwingend opgelegd kan worden aan individuele schuldeisers, om te voorkomen dat zij een bedrijf onnodig failliet kunnen laten gaan.”1 Het nog te verschijnen wetsvoorstel werd aanvankelijk Wet Continuïteit Ondernemingen II (‘WCO II’) gedoopt.2 In de periode tussen de aankondiging van de herijking en de publicatie van het eerste voorontwerp voor een pre-insolventieakkoordregeling is op diverse congressen3 en in de literatuur4 bediscussieerd hoe een regeling voor een dwangakkoord buiten insolventie eruit zou moeten zien. Vriesendorp, Hermans en De Vries publiceerden een concept-wetsvoorstel, waarin zij aansloten bij de regeling van de Engelse scheme of arrangement.5 INSOLAD stuurde enkele weken na de aankondiging van het herijkingsprogramma voorstellen tot wijziging van de Faillissementswet naar het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Ten aanzien van het dwangakkoord stelde INSOLAD voor om aansluiting te zoeken bij art. 287a Fw, de wettelijke grondslag voor een dwangakkoord ter voorkoming van de opening van een schuldsaneringstraject ten aanzien van een natuurlijk persoon.6
Het ministerie heeft gedurende de loop van het herijkingsprogramma het adagium “concrete oplossingen voor concrete problemen” 7 (soms ook geformuleerd als “praktische oplossingen voor concrete problemen”8) voor ogen gehouden. Vanaf het begin van het wetgevingsproces werd daarom veel overleg gevoerd met wetenschap, praktijk en diverse belangengroeperingen. (Concepten van) concept-wetsvoorstellen werden uitgebreid besproken tijdens expertmeetings, stakeholdermeetings, symposia en congressen. Omdat de Europese Aanbeveling in maart 2014 werd gepubliceerd, heeft de Nederlandse wetgever daarmee rekening kunnen houden bij het leggen van de laatste hand aan het eerste voorontwerp.9
100. Op 14 augustus 2014 werd het Voorontwerp WCO II met een bijbehorende toelichting op www.internetconsultatie.nl gepubliceerd. De wetgever sloot uitdrukkelijk aan bij de Europese Aanbeveling, de scheme of arrangement en Chapter 11.10 Vervolgens kregen burgers en belangenorganisaties drie maanden de tijd hun visie te geven op de voorgestelde regeling voor een dwangakkoord buiten insolventie. Uit de reacties van diverse belangenorganisaties11 en juridische auteurs12 bleek ruim draagvlak voor de invoering van een regeling voor het dwangakkoord buiten insolventie. Hoewel een spoedige doorgeleiding naar de Raad van State diverse malen werd aangekondigd13, werd in september 2017 een tweede voorontwerp gepubliceerd op www.internetconsultatie.nl. Dit voorontwerp droeg niet langer de titel ‘Wet Continuïteit Ondernemingen II’, maar was getiteld ‘Wet Homologatie Onderhands Akkoord ter voorkoming van faillissement’.14 De reden voor deze naamswijziging werd niet toegelicht in de concepttoelichting, maar houdt mogelijk verband met de oproep van Tollenaar om de wet een neutralere, minder op continuïteit gerichte naam te geven.15
Ook dit tweede voorontwerp kon op ruime aandacht rekenen. Er werden in totaal 23 openbare consultatiereacties ingediend.16 Ook de Raad voor de rechtspraak en de gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht van de Nederlandse Orde van Advocaten en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie schreven reacties.17 De (zes!) preadviezen van de Vereeniging Handelsrecht werden in 2017 geheel gewijd aan de WHOA.18 Daarnaast werden de nodige tijdschriftkolommen gewijd aan de WHOA.19
In het najaar van 2018 besloot de Ministerraad de Wet Homologatie Onderhands Akkoord voor advies aan de Raad van State voor te leggen. Uit het opschrift van de voorgestelde wet zijn de woorden “ter voorkoming van faillissement” geschrapt. Deze wijziging houdt vermoedelijk verband met de in de WHOA erkende gedachte dat een akkoordprocedure ook nuttig kan zijn om tot gecontroleerde afwikkeling van de onderneming te komen. In dergelijke scenario’s is van ‘continuïteit’ geen sprake.20
Op 1 april 2019 is het advies uitgebracht.21 Bij Koninklijke Boodschap van 5 juli 2019 is het Voorstel van Wet naar de Tweede Kamer verzonden.22