Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht
Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/4.1:4.1 Inleiding
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS956962:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dit hoofdstuk is gedeeltelijk gebaseerd op eerder verschenen publicaties; zie Teunissen, IER 2018/40, afl. 5, p. 376-395; Teunissen, EIPR 2018, afl. 9, p. 579-593.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wetenschappelijke literatuur weerspiegelt de opvatting dat de rol van de rechter eruit bestaat om in geval van conflict een evenwicht te vinden tussen de betrokken belangen. Dit idee is op zichzelf echter weinig verhelderend, omdat het niet duidelijk maakt aan welke belangen hij aandacht mag schenken, wat het onderlinge gewicht van deze belangen is en hoe daartussen een evenwicht kan worden gevonden. Een systematische en inzichtelijke afwegingsmethode is essentieel voor een aanvaardbare en voorspelbare oordeelsvorming. Het evenredigheidsbeginsel vormt hiervoor de basis.
Dit hoofdstuk begint met een bespreking van het evenredigheidsbeginsel en zijn afzonderlijke elementen. Vervolgens wordt ingegaan op de diverse functies die het beginsel bekleedt in het Unierecht. Na deze algemene verhandelingen verschuift de focus van het hoofdstuk naar een verkenning van de betekenis van het beginsel in de context van beperking en afweging van grondrechten. Bij deze bespreking wordt aandacht besteed aan enkele grondrechten die relevant zijn voor het intellectuele-eigendomsrecht.1