Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/4.2
4.2 Elementen van het evenredigheidsbeginsel
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955411:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.m. Craig & De Búrca 2020, p. 526; Barak 2012, p. 243-370.
Sauter, CYELS 2013, p. 448; Stone-Sweet & Mathews, Colum. J. Transnat’l L. 2008, afl. 1, p. 75.
Zie Christoffersen 2015, p. 19-20; Craig 2021, p. 20.
Rivers, CLJ 2006, afl. 1, p. 181.
Gerards, Int. J. Const. Law 2013, afl. 2, p. 468; Rivers, CLJ 2006, afl. 1, p. 178. Het gebrek aan duidelijke richtsnoeren met betrekking tot de toepassing van de toets heeft dan ook op kritiek mogen rekenen: Greer, CLJ 2004, afl. 2, p. 412, 416-417.
HvJ EG 13 november 1990, C-331/88, ECLI:EU:C:1990:391 (Fedesa), rov. 13.
Sauter, CYELS 2013, p. 441-442. De wijze waarop het Hof het evenredigheidsbeginsel toepast heeft bij sommige auteurs zelfs twijfels doen rijzen over de betekenis van het beginsel; zie Harbo, ELJ 2010, afl. 2, p. 160.
Toetsing aan het evenredigheidsbeginsel valt uiteen in drie (en soms vier) stappen.1 De initiële stap omvat een onderzoek naar de legitimiteit van het doel.2 In de regel wordt vervolgens een driestappentoets gebruikt, waarbij het vereiste van een legitiem doel niet altijd afzonderlijk is vermeld (het maakt in plaats daarvan onderdeel uit van de eerste stap). Deze stappen kunnen als volgt worden samengevat:
De geschiktheidstoets houdt in dat het middel effectief moet zijn voor het bereiken van een legitiem doel;
De noodzakelijkheidstoets houdt in dat er geen andere even geschikte middelen mogen bestaan die minder belastend zijn;
De toets van evenredigheid in strikte zin (stricto sensu) houdt in dat de gekozen maatregel de belangen van de getroffen partij niet onevenredig mag aantasten.3
De formulering van de bovenstaande voorwaarden is neutraal. Tezamen hebben zij als doel een kader te scheppen voor een inzichtelijke afweging van verschillende, veelal tegenstrijdig belangen en waarden.4 In de praktijk blijkt van zulke inzichtelijkheid overigens niet altijd sprake in rechterlijke uitspraken. Zo verwijst het EHRM zelden expliciet naar de afzonderlijke stappen van de toets en beperkt het zich soms zelfs tot een enkele toepassing van het evenredigheidsbeginsel in strikte zin.5 Het Hof van Justitie refereert in zijn rechtspraak vaker expliciet aan het evenredigheidsbeginsel,6 maar past de verschillende elementen evenmin consistent toe.7 Desondanks blijft overeind dat de elementen waaruit het beginsel bestaat kunnen bijdragen aan een gestructureerde belangenafweging. Zij verdienen daarom nadere bespreking.
4.2.1 Legitiem doel4.2.2 Geschiktheid4.2.3 Noodzakelijkheid4.2.4 Evenredigheid stricto sensu