Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/3.8.2.2
3.8.2.2 Relatief objectief recht
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS494216:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
P.A.L.M. van der Velden, De vereniging-rechtspersoon en haar leden (diss. Nijmegen), Deventer: Kluwer 1969, p. 63-64.
P. van Schilfgaarde/J. Winter (bew.), Van de BV en de NV, Deventer: Kluwer 2006, nr. 14.
Asser-Van der Grinten-Maeijer 2-11, nr. 35.
P. van Schilfgaarde, 'Wijziging van boek 2 door de Invoeringswet Boeken 3-6 NBW', WPNR 1983-5639, p. 72.
B.C.M. Waaijer, Statuten en statutenwijziging (diss. Nijmegen), Deventer: Kluwer 1993, p. 7.
Pitlo/Lbwensteyn, Rechtspersonenrecht, nr. 2.7.
Pitlo/Raaijmakers, Ondernemingsrecht, nr. 1.95.
HR 20 februari 2004, NJ 2005, 494.
De informele vereniging laat ik buiten beschouwing.
Artikel 2:43 lid 1 en 2:53a BW
Artikel 2:120 lid 2 en 2:230 lid 1 BW
De wet geeft geen definitie van het begrip 'statuten' maar hanteert het begrip om het document mee aan te duiden dat de organisatie, de interne structuur, van de rechtspersoon bevat; wat geregeld moet en kan worden. In de literatuur worden verschillende definities gehanteerd van het begrip 'statuten'. Deze opvattingen zijn onder te verdelen in drie categorieën.
1. Statuten zijn de eigen (organisatie) egels van de rechtspersoon; statuten zijn objectief recht
Statuten zijn objectiefrechtelijk van aard. Volgens Van der Velden1 geven statuten de rechtsregels aan die de rechtspersoon beheersen. Winter2 omschrijft statuten als de bepalingen waardoor de vennootschap volgens de verklaring van de comparanten zal worden 'geregeerd'. Van der Grinten3, definieert statuten als de eigen fundamentele organisatieregels van de individuele rechtspersoon die de identiteit van de rechtspersoon bepalen, onverschillig de benaming welke de rechtspersoon hier zelf aan geeft.
2. Statuten is hetgeen als statuten wordt aangeduid
Van Schilfgaarde4 meent dat statuten schriftelijk moeten zijn geopenbaard. Statuten zijn wat als statuten wordt aangegeven. Waaijer5 sluit zich bij deze opvatting aan. Indien wettelijke bepalingen worden opgenomen in de statuten, wordt de wettelijke bepaling daarmee onderdeel van de statuten.
3. Statuten zijn te beschouwen als algemene voorwaarden
Liiwensteyn6 beschouwt statuten als een soort algemene voorwaarden. Als reden geeft hij aan dat ieder lid dat aan de oprichting deelneemt en ieder lid, dat later toetreedt, de statuten zoals zij gelden en zullen gelden in algemene zin aanvaardt. Deze visie is te begrijpen vanuit de overeenkomstentheorie maar niet vanuit de huidige institutionele leer. Raaijmakers7 heeft deze opvatting in mijn ogen terecht verworpen.
Ook naar mijn mening zijn statuten niet als algemene voorwaarden te beschouwen. Essentieel onderscheid tussen algemene voorwaarden en statuten is gelegen in de relatie tussen betrokkenen. Bij algemene voorwaarden zijn (minimaal) twee betrokkenen; degene die de algemene voorwaarden oplegt en degene die de algemene voorwaarden van de oplegger daarvan aanvaardt. Bij de totstandkoming van algemene voorwaarden is niet degene tegen wie de voorwaarden worden ingeroepen, betrokken. Uitgangspunt is daarom niet gelijkwaardigheid, maar ongelijkwaardigheid tussen partijen.8 Bij het vastleggen van statuten daarentegen is gelijkwaardigheid het uitgangspunt. Iedere betrokkene heeft, in beginsel, een stem in de besluitvorming.
Algemene voorwaarden zijn bedingen die tussen partijen bij een overeenkomst van toepassing worden verklaard. Statuten geven de regels van organisatie binnen de rechtspersoon en van de rechtspersoon naar derden aan. Overeenkomst tussen algemene voorwaarden9 en de inhoud van statuten10 is dat beide dwingend van aard zijn. Verschil is dat statuten gewijzigd worden bij besluit door het bevoegde orgaan en dat voor wijziging van algemene voorwaarden alle contractspartijen moeten instemmen.
Ik zou statuten als relatief objectief recht willen omschrijven omdat betrokkenen gebonden zijn aan statuten. In die zin is sprake van objectief recht. Ik zou het woord 'relatief' willen toevoegen om twee redenen. In de eerste plaats kunnen statuten gewijzigd worden. De statuten van een rechtspersoon worden bij notariële akte vastgelegd11 en zijn voor een ieder ter inzage bij het handelsregister. De wet geeft voor de verschillende privaatrechtelijke rechtspersonen het raamwerk aan waarbinnen de rechtspersoon de statuten kan inrichten. Ook zij die niet hebben ingestemd met statutenwijziging of deel uitmaken van een orgaan dat niet bevoegd is daarover te beslissen, zijn aan de, gewijzigde, statuten gebonden. Wel zijn minimumeisen voorgeschreven om tot wijziging over te gaan. De statuten kunnen strengere eisen dan deze minimumeisen voorschrijven. De wet geeft voor alle privaatrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de stichting, vereisten aan voor een besluit tot statutenwijziging.
Voor de vereniging, cooperatie en onderlinge waarborgmaatschappij is de eis gesteld van twee derden van de uitgebrachte stemmen.12 Voor een dergelijk besluit geldt geen quorumeis. Voor een naamloze vennootschap en een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid geldt de eis van een volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.13 Ook hier is geen quorumeis gesteld. De stichting neemt een bijzondere positie in. Slechts indien de statuten de mogelijkheid daartoe openen, kunnen de statuten gewijzigd worden14
De tweede reden om te spreken van statuten als relatief objectief recht is gelegen in het feit dat voor betrokkenen altijd de mogelijkheid bestaat de band met de rechtspersoon te verbreken.