FED 2025/6
De Hoge Raad oordeelt dat het sproeidrogen van grondstoffen bij de productie van keramische tegels binnen de in art. 64 lid 4 Wbm gegeven omschrijving van mineralogische procedés valt die voor vrijstelling van energiebelasting en ODE in aanmerking komen.
HR 22-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1716, m.nt. mr. M. Knops
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 november 2024
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Punt, Fierstra, Faase, Cools
- Zaaknummer
22/03448
- Noot
mr. M. Knops
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS994700:1
- Vakgebied(en)
Milieubelastingen / Energiebelasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1716, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑11‑2024
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat het sproeidrogen van grondstoffen bij de productie van keramische tegels binnen de in art. 64 lid 4 Wbm gegeven omschrijving van mineralogische procedés valt die voor vrijstelling van energiebelasting en ODE in aanmerking komen.
Samenvatting
Belanghebbende produceert keramische wand- en vloertegels. Tussen partijen is in geschil of het aardgas verbruikt bij het sproeidrogen is vrijgesteld van energiebelasting. De Hoge Raad oordeelt dat het sproeidrogen een essentieel onderdeel is van de vervaardiging van de tegels, en dat moet worden aangenomen dat tussen het gebruik van het aardgas voor de sproeidrogers, en de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.