De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/16.4.1.3:16.4.1.3 Schorsing en ontslag met terugwerkende kracht
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/16.4.1.3
16.4.1.3 Schorsing en ontslag met terugwerkende kracht
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS366077:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 28 juni 2000, NJ 2000/556 m.nt. Maeijer, JOR 2000/151 (Hoffman Bedrijfsrecherche). Zie ook par. 16.2.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Schorsing en ontslag kunnen met terugwerkende kracht worden toegepast.1 In een dergelijk geval kunnen bijzondere tertiaire gevolgen optreden.
Neem bijvoorbeeld het geval dat de bestuurder is ontslagen bij beschikking van 1 oktober met terugwerkende kracht tot 1 augustus. Wat als de ontslagen bestuurder in september een vertegenwoordigingshandeling heeft verricht namens de vennootschap? Is de vennootschap daaraan gebonden? En wat als in september een bestuursbesluit is genomen ten aanzien waarvan ook de ontslagen bestuurder heeft gestemd?
Wat betreft vertegenwoordigingshandelingen kan worden teruggevallen op art. 3:61 lid 2 BW jo. art. 3:79 BW. Als de wederpartij van de vennootschap in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht aannemen dat de desbetreffende bestuurder in functie was, is de vennootschap gebonden. Ik stel me voor dat dit zich in de praktijk zal toespitsen op de vraag of de wederpartij wist of behoorde te weten dat de ondernemingskamer de desbetreffende bestuurder met terugwerkende kracht zou ontslaan. Een noodzakelijke, maar mogelijk niet voldoende, voorwaarde daarvoor is dat de wederpartij kennis had van een verzoek om de desbetreffende bestuurder met terugwerkende kracht te ontslaan, of met de desbetreffende bestuurder heeft samengespannen om in het zicht van het aanstaande ontslag nog snel even de vennootschap te benadelen.
Als het gaat om besluitvorming moet mogelijk geconstateerd worden dat het besluit toch wel, of toch niet tot stand is gekomen. Wat betreft de eventuele nadelige gevolgen daarvan voor derden bepleit ik analoge toepassing van art. 2:16 lid 2 BW. Daarbij geldt mutatis mutandis wat opgemerkt werd over vertegenwoordigingshandelingen.