Open normen in het Europees consumentenrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/2.6.4:2.6.4 Conclusie
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/2.6.4
2.6.4 Conclusie
Documentgegevens:
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS492392:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het HvJ heeft als gezichtspunt aan art. 4 lid 1 toegevoegd: 'de voor- en nadelen die in het op de overeenkomst toepasselijke nationale recht aan dit beding zijn verbonden'.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
59. Het begrippenpaar abstract-concreet vormt geen tegenstelling maar eerder een continuum, waarbij twee variabelen de mate van abstractie dan wel concreetheid van de toetsing bepalen. De concreetheid van de toetsing wordt bepaald door enerzijds de mate waarin de context in acht wordt genomen, i.e. de hoeveelheid in acht genomen gezichtspunten en anderzijds de mate waarin deze context wordt geobjectiveerd. De blootstelling van de Europese norm aan de twee variabelen levert het beeld op van een overwegend concrete toets. De norm geeft op papier maar ook volgens het HvJ (Hofstetter en Pannon) aanleiding tot een ruime toets waarin de aandacht gaat naar de specifieke omstandigheden van het geval, ongeacht het type beding.1 Hoe ruimer en specifieker de toetsing, hoe minder voorspelbaar zij is. Zolang het HvJ zonder nadere sturing de nadruk blijft leggen op de concreetheid van de toets, is het niet mogelijk het door de richtlijn geboden minimum beschermingsniveau vast te stellen.