Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/3.3.1
3.3.1 Uitgangspunten bij taalgebruik en communicatie
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661412:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Zie Communicatierichtlijnen voor Belastingdienstteksten 2014. Voorheen waren diverse richtlijnen over het communicatiebeleid van de Belastingdienst toegankelijk via de website van de Rijkshuisstijl (laatstelijk geraadpleegd april 2020 via www.rijkshuisstijl.nl > organisatiespecifieke richtlijnen > Belastingdienst, maar in juni 2021 zijn deze niet meer toegankelijk zonder account). De verwijzingen betreffen steeds de versies die beschikbaar waren in april 2020. Overigens zijn diverse stukken elders op het internet te vinden, zoals via https://docplayer.nl/1281756-1-inleiding-3-2-communicatierichtlijnen-voor-belastingdienstteksten-4-3-structuur-5.html (laatstelijk geraadpleegd 18 januari 2022).
Communicatierichtlijnen voor Belastingdienstteksten 2014.
De uitgangspunten zijn nader uitgewerkt in de Communicatiedoelstellingen van de Belastingdienst (april 2020). Zie ook Strategie interactie Belastingdienst met burgers, bedrijven en hun intermediairs 2018.
Belastingdienst Beleidsplan Communicatie en Dienstverlening 1998-2002, par. 2.4; Belastingdienst, Nota Nabij en vertrouwd 2006, par. 1 en 3; Belastingdienst, Bedrijfsplan 2003-2007, onder ‘Noties’ en onder ‘Doelen en doelstellingen’; Belastingdienst Beheersverslag 2003, par. 2.1; recenter in Strategie interactie Belastingdienst met burgers, bedrijven en hun intermediairs 2018, p. 2. Zie ook Verheij 2018, par. 3, die enkele moeilijkheden adresseert in differentiatie tussen omstandigheden van burgers (zoals zelfredzaamheid, opleidingsniveau) bij brieven van een bestuursorgaan voor toepassing van het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel.
Vgl. Belastingdienst Beleidsplan Communicatie 2011-2015, par. 4: ‘Bij al deze activiteiten is er een nauwe samenwerking tussen de onderdelen van de communicatiefunctie, de materiedeskundigen en het domein dienstverlening.’ Zie ook Belastingdienst, Schrijfwijze woorden en begrippen (digitaal geraadpleegd april 2020). Vgl. Boer 2013, p. 61.
Voor zover mij bekend, is er bij de Belastingdienst geen op schrift gestelde handleiding ten aanzien van de vertaalslag van wetgeving naar voorlichting, waarin is neergelegd hoe het ‘vertaalproces’ precies verloopt en/of welke afwegingen daarbij moeten worden gemaakt. Welwordt in het Belastingdienst Beleidsplan Communicatie 2011-2015, par. 4.4 gerefereerd aan ‘afwegingskaders’ voor het ontwerpen van informatie (bijvoorbeeld voor de mate van diepgang en informatievolgorde), die aldaar overigens niet zijn uitgewerkt. Zie voor een casestudy bij de voorlichting over de elektronische aangifte bij de Belastingdienst vanuit voorlichtingskundig perspectief in Klaassen 2004, o.a. p. 122-123.
Bovendien worden in het communicatiebeleid criteria geformuleerd waaraan informatie van de Belastingdienst moet voldoen (zie paragraaf 3.3.2).
De uitgangspunten bij taalgebruik en communicatie van de Belastingdienst volgen uit onder andere de ‘Huisstijl’, de communicatiebeleidsplannen sinds de jaren 90 en de Communicatierichtlijnen voor Belastingdienstteksten (hierna: ‘Communicatierichtlijnen’).1
Het communicatiebeleid van de Belastingdienst – zo volgt uit de Communicatierichtlijnen – heeft als noemer: ‘Duidelijke taal is normaal’.2 Bij de Communicatierichtlijnen worden de volgende algemene uitgangspunten voor communicatie geformuleerd:3
‘Proces en logica van de lezer’: communicatie stelt de lezer centraal (bijv. in gehanteerde begrippen, onderwerpen, structuur; communicatie is ‘lezersgericht’).
‘Sturen op gedrag’: communicatie maakt duidelijk wat de Belastingdienst van burgers verwacht (bijv. moeten zij iets doen? Wat en hoe? Communicatie is ‘doelgericht’).
‘Verschillen tussen mensen erkennen’: communicatie houdt rekening met onderlinge verschillen om burgers zo goed mogelijk te helpen.
Het bovenstaande bekent voor teksten onder andere dat zij ‘handelingsgericht’ (gericht op doen) en ‘doelgroep- en lezersgericht’ zijn (rekening houden met kennis over de doelgroep in bijv. taalgebruik en hoeveelheid informatie).
Terzijde: doelgroepbenadering en gelijkheid
Overigens heeft een doelgroepbenadering bij informatieverstrekking in communicatief opzicht voordelen met oog op effectiviteit en begrijpelijkheid. Het roept mijns inziens evenwel vanuit juridisch oogpunt vragen op ten aanzien van rechtsgelijkheid (in hoeverre is differentiatie in informatie in overeenstemming met gelijke behandeling? Hoe veel ‘maatwerk’ bij voorlichting is mogelijk binnen het juridische kader?). De Belastingdienst adresseert de rechtsgelijkheid op een enkele plaats in het communicatiebeleid en acht het van belang dat informatiekanalen op elkaar zijn afgestemd en informatie steeds dezelfde inhoud moet hebben.4 Op dit punt is bij mijn weten nog geen juridisch onderzoek beschikbaar.
De Belastingdienst heeft in zijn communicatie met burgers – zeker bij voorlichting – te maken met de uitdaging om de vaak ingewikkelde (taal in) fiscale wet- en regelgeving te ‘vertalen’ naar toegankelijke informatie voor burgers. Welke visie hanteert de Belastingdienst daarbij? Hoe gaat de Belastingdienst om met spanningsveld tussen enerzijds ‘juridische juistheid’ en anderzijds ‘begrijpelijkheid’ (paragraaf 2.5.2)? Duidelijk is dat het hierbij aankomt op samenwerking tussen (fiscaal) inhoudelijke specialisten en communicatiespecialisten.5 Uit het communicatiebeleid kan overigens niet exact worden afgeleid hoe het ‘vertaalproces’ in de praktijk feitelijk verloopt.6 Op dit punt biedt theorie uit de taal- en communicatiewetenschap interessante inzichten (paragraaf 5.3.4). Wel kan uit het communicatiebeleid van de Belastingdienst worden afgeleid wat voor een soort ‘ingrepen’ op taal- en tekstniveau aan de orde zijn.7 Dat biedt zicht op de manier waarop de Belastingdienst zijn voorlichting in talig opzicht beoogt vorm te geven. Ik ga daar hieronder op in.