Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/II.2.2.a
II.2.2.a Inleiding
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS373749:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Rapport van de expertgroep ingesteld door de Minister van Justitie en de Staatssecretaris van Economische Zaken, Vereenvoudiging en flexibilisering van het Nederlandse BV-recht, Den Haag 6 mei 2004. Het Rapport Expertgmep (2004) was destijds te vinden op internet, en is later integraal opgenomen in Van den Ingh en Nowak (2006), p. 171-285.
Rapport Expertgmep (2004), par. 1.17; zie Van den Ingh en Nowak (2006), p. 188-189. De Expertgroep wees op de noodzaak van een goed werkende geschillenregeling, onder meer in verband met art. 2:192 BW (het krachtens de statuten opleggen van verbintenissen) en art. 2:195b BW (statutaire kwaliteitseisen).
Zie § 11.2.3 voor de reden waarom de geschillenregeling als sluitstuk zou moeten dienen.
Kamerstukken 29 752, nr. 2 (Nota), p. 16. Ook de Commissie Vennootschapsrecht onderschreef de gedachte dat de geschillenregeling (reeds in het algemeen) herziening behoefde, zie Advies Cie Vennootschapsrecht (2004), vraagpunt j; in: Van den Ingh en Nowak (2006), p. 297.
Zie Kamerstukken 31 058, nr. 3 (MvT), p. 17-20, met op p. 18-19 de aanbevelingen.
Zie voorontwerp r Tranche 20 juli 2005, destijds te raadplegen via internet. Het voorontwerp 2' Tranche is integraal opgenomen in Van den Ingh en Nowak (2006), 51-92. Zie voor commentaar op de r Tranche: Rensen (2005/2), p. 449-452. Op het consultatiedocument werd gereflecteerd door diverse advocatenkantoren en enkele belangenorganisaties. Zie voor een bespreking van de wijzigingen van de geschillenregeling ook: Norbruis (2005), p. 428-434; Rutten en Gerretsen (2006), p. 12-19; Albicher en Van Mierlo (2006), p. 46-49; en Soerjatin (2006), p. 203-217.
In het kader van de modernisering van het ondernemingsrecht stelde de wetgever een proces in werking ter vereenvoudiging en flexibilisering van het BV-recht. De Minister van Justitie en de Staatssecretaris van Economische Zaken vroegen eind 2003 aan een speciale Expertgroep een onderzoek te doen naar de knelpunten en lacunes in het BV-recht zoals deze in de praktijk en de literatuur werden gesignaleerd. De Expertgroep bracht een half jaar later, in mei 2004, haar rapport `Vereenvoudiging en flexibilisering van het Nederlands BV-recht' uit.1 In dit rapport drong zij tevens aan op de herziening van de geschillenregeling. De regeling behoorde weliswaar niet tot het eigenlijke BV-recht, maar was relevant voor een aantal onderwerpen waarop de aanbevolen wijzigingen van de Expertgroep zagen.2 Zij was, in de ogen van de Expertgroep, een noodzakelijk sluitstuk voor een evenwichtig BV-recht.3 In zijn op 8 september 2004 verschenen Nota modernisering ondernemingrecht onderschreef de Minister van Justitie, onder verwijzing naar de aanbeveling van de Expertgroep, dat een soepel BV-recht waarschijnlijk een nieuwe regeling voor het oplossen van geschillen tussen aandeelhouders noodzakelijk maakte.4 De expertgroep had in verband met haar mandaat en de tijd die haar ter beschikking stond, geen verdere voorstellen voor een nieuwe geschillen-regeling kunnen doen.
De ideeën van de Expertgroep werden uitgewerkt in een voorontwerp van wet voor de vereenvoudiging en de flexibilisering van het BV-recht. Als uitgangspunt van de herziening van de geschillenregeling diende een twaalftal aanbevelingen van de Commissie Vennootschapsrecht uit 2004.5 De tweede tranche van het voorontwerp — dat vanwege de consultatie via internet ook 'consultatiedocument' werd genoemd — voorzag in wijzigingen in de geschillenregeling.6