Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.2.4.2.4.3
8.2.4.2.4.3 Algemene kosten afgebakend gedeelte bedrijfsactiviteit bij verrichten of afnemen vastgoedtransactie
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291620:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
H.W.M. van Kesteren, ‘Directe en algemene kosten in de btw’, WFR 2008/6757, p. 324 en S.B. Cornielje, Fusies en overnames in de Europese BTW (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 110. Anders: S.T.M. Beelen, Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (diss.), Deventer: Kluwer 2010, p. 130-131 die stelt dat het Hof van Justitie in het Abbey National I-arrest belastingplichtigen de mogelijkheid geeft om op kosten die verband houden met een afgebakend gedeelte van de bedrijfsactiviteit een deel-pro rata toe te passen, ofschoon art. 173 lid 2 Btw-richtlijn de keuze om een deel-pro rata toe te passen aan de lidstaten voorbehoudt.
De toerekening van kosten aan de aan de handelingen van een afgebakend bedrijfsgedeelte is tot op heden uitsluitend aan bod gekomen in het Abbey National I-arrest. Dit is naar mijn mening ook te verklaren. Indien de overdracht van het recht door SMA aan een derde een belastbare vastgoedtransactie zou zijn geweest, dan zou de btw op de kosten op grond van de eerste stap ofwel volledig (directe kosten voor een belaste handeling) ofwel in het geheel niet aftrekbaar zijn geweest (directe kosten voor een vrijgestelde handeling). Dat in de zaak Abbey National I sprake is van algemene kosten, is louter de consequentie van de toepassing van de faciliteit van art. 19 Btw-richtlijn op grond waarvan bij een overgang van een gedeelte van een algemeenheid van goederen geacht wordt geen uitgaande handeling plaats te vinden. Het belang van het Abbey National I-arrest voor de belastingplichtige die een vastgoedtransactie verricht acht ik daarom beperkt tot de situatie waarin de vastgoedtransactie door een als zodanig handelende belastingplichtige op grond van art. 19 Btw-richtlijn niet als een levering wordt beschouwd. Voor de vraag of en, zo ja, wanneer een vastgoedtransacties als zodanig kwalificeert verwijs ik naar paragraaf 4.7.
Voor de afnemer van een belaste vastgoedtransactie heeft het Abbey National I-arrest naar mijn mening geen toegevoegde waarde indien hij het aan hem geleverde of ter beschikking gestelde vastgoed heeft verworven ten behoeve van één of meer van zijn belaste óf vrijgestelde handelingen. In dat geval leidt de eerste stap naar mijn mening tot volledig btw-aftrek of in het geheel geen aftrek. Heeft de afnemer het aan hem geleverde of ter beschikking gestelde vastgoed verworven ten behoeve van zijn belaste én vrijgestelde handelingen, dan kan de tussenstap van het Abbey National I-arrest wel van belang zijn. De tussenstap van het Abbey National-arrest kan echter alleen tot een ander aftrekresultaat leiden indien een lidstaat de sectormethode of de gebruikmethode heeft geïmplementeerd (zie paragrafen 8.3.2.2 en 8.3.3.3).1 Heeft een lidstaat deze afwijkende splitsingsmethoden niet geïmplementeerd, dan kan de tussenstap derhalve om pragmatische redenen achterwege blijven. Het is naar mijn mening althans niet zinvol om te onderzoeken of sprake is van een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang met een afgebakend gedeelte van een bedrijfsactiviteit of met de gehele bedrijfsactiviteit indien in beide gevallen recht op btw-aftrek bestaat conform het pro rata.