Mededinging en verzekering
Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/3.4.1:3.4.1 Wat is marktmacht?
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/3.4.1
3.4.1 Wat is marktmacht?
Documentgegevens:
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183566:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Richtsnoeren horizontale samenwerking, rn. 39; Richtsnoeren artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag, par. 25; Richtsnoeren handhavingsprioriteiten artikel 82, par. 11.
Bishop & Walker 2018, p. 42-43.
Bishop & Walker 2018, p. 44.
Zie Richtsnoeren artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag, par. 25.
Zie ook: Jones & Sufrin 2016, p. 54.
Richtsnoeren handhavingsprioriteiten artikel 82 VWEU, par. 11 (voetnoot 6).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Door de Europese Commissie wordt marktmacht gedefinieerd als het vermogen om voor een bepaalde (beduidende/aanzienlijke) periode prijzen op winstgevende wijze boven het concurrerende niveau te handhaven dan wel de productie, op het stuk van producthoeveelheden, productkwaliteit, productdiversiteit of innovatie, voor een bepaalde periode op winstgevende wijze onder het concurrerende niveau te handhaven.1
De verwijzing in deze definitie naar het concurrerende prijsniveau maakt direct duidelijk dat marktmacht een economisch begrip is. Met het concurrerende prijsniveau wordt de evenwichtsprijs bedoeld zoals ik die aan de orde stelde bij de bespreking van de markt van de volledig vrije mededinging. Ik roep in herinnering dat de evenwichtsprijs gelijk is aan de marginale kosten.2 Het bezwaar dat in de economische literatuur naar voren wordt gebracht tegen de formulering van de Europese Commissie is dat, als marktmacht wordt gedefinieerd als het vermogen om prijzen op winstgevende wijze boven het concurrerende niveau te handhaven, dan nagenoeg alle bedrijven over marktmacht beschikken.3 Bedacht moet echter worden dat het feit dat ondernemingen hun prijzen boven hun marginale kosten vaststellen, volgens de Europese Commissie, op zich nog geen teken is dat de mededinging op de markt niet behoorlijk functioneert en dat ondernemingen marktmacht bezitten die hen in staat stelt hun prijzen boven het concurrerende peil vast te stellen. Pas wanneer de druk van concurrenten om prijzen en productie op een concurrerend niveau te houden ontoereikend is, bezitten ondernemingen marktmacht in de zin van artikel 101, lid 1 VWEU.4 Het gaat er dus om dat kan worden aangetoond dat ondernemingen substantiële marktmarkt hebben, waardoor zij voor een langere periode invloed kunnen uitoefenen op de concurrentie door de prijzen te verhogen of de productie te verlagen.5 Volgens de Europese Commissie hangt de lengte van de periode af van het product en de omstandigheden op de betrokken markt. Normaal gesproken zou een periode van zo’n 2 jaar voldoende moeten zijn.6