Einde inhoudsopgave
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/4.3.2
4.3.2 Artikel 13 en 17 Wkpb
S.A.L. van de Sande, datum 01-02-2019
- Datum
01-02-2019
- Auteur
S.A.L. van de Sande
- JCDI
JCDI:ADS506116:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2001/02, 28218, 3, p. 15 en 40-41.
Zevenbergen 2007, p. 568.
Kamerstukken I 2003/04, 28218, A, p. 4.
Zevenbergen 2007, p. 568.
Kamerstukken II 2001/02, 28218, 3, p. 40 en 44, Kamerstukken II 2001/02, 28218, A, p. 4, Kamerstukken I 2003/04, 28218, A, p. 2 en 12, Kamerstukken II 2005/06, 30608, 3, p. 27 en Kamerstukken II 2005/06, 30608, 4, p. 3.
In het verlengde hiervan, heeft de Raad van State erop gewezen dat het bij gemeenten gaat om veel meer registraties dan bij het Kadaster, en dat er grote verschillen zullen bestaan in ervaring en professionaliteit (Kamerstukken II 2001/02, 28218, A, p. 3, waarover Sluysmans 2002, p. 470.) De staatssecretaris heeft hierop gereageerd met de opmerking dat deze verschillen voor rekening van de gemeenten komen (die zich tegen aansprakelijkheid kunnen verzekeren), zodat de regeling bevorderend zou werken ten aanzien van de naleving van de wet door overheidsorganen en ten aanzien van de deskundigheid van functionarissen die zich hiermee bezighouden.
Ook de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken bevat een bijzondere aansprakelijkheidsregeling ter zake van het verstrekken van ondeugdelijke informatie (zie hierover ook paragraaf 2.8.6). Een hoofddoel van deze wet is het bijdragen aan een grotere rechtszekerheid op het punt van de rechtstoestand van onroerende zaken, teneinde te voorkomen dat de burger door een verkeerde voorstelling van zaken ten aanzien van het bestaan van publiekrechtelijke beperkingen verkeerd handelt ten aanzien van een onroerende zaak of zaken.1 Een ander doel is het bevorderen van de toegankelijkheid van overheidsinformatie daaromtrent, doordat informatie over publiekrechtelijke beperkingen ten aanzien van onroerende zaken snel en eenvoudig te achterhalen is via het Kadaster en de gemeenten. Indachtig deze doelen, werden bestuursorganen met de inwerkingtreding van de Wkpb verantwoordelijk voor het (doen) inschrijven en registreren van door hen vastgestelde publiekrechtelijke beperkingenbesluiten en andere schriftelijke rechtshandelingen.2 Beperkingenbesluiten van, kort samengevat, gemeentelijke bestuursorganen ingeschreven in het gemeentelijk beperkingenregister. Gegevens over deze beperkingenbesluiten worden opgenomen in de gemeentelijke beperkingenregistratie. Beperkingenbesluiten van andere dan gemeentelijke bestuursorganen dienen ter inschrijving in de openbare registers te worden aangeboden aan het Kadaster.
Op het college van burgemeester en wethouders rusten verschillende verplichtingen tot het verstrekken van informatie uit het register en de registratie. Deze verplichtingen zijn neergelegd in artikel 9 lid 1 Wkpb. Zo verleent het college op verzoek kosteloos inzage in het register, de registratie en de basisregistratie kadaster, en verstrekt het op verzoek (gewaarmerkte) afschriften, uittreksels of de verklaringen. Met name het verstrekken van de verklaring van artikel 9 lid 1, aanhef en onder c, Wkpb komt in beeld als schadeveroorzakende handeling. Deze verklaring houdt in dat er blijkens de gegevens uit de beperkingenregistratie geen publiekrechtelijke beperking van kracht is ten aanzien van de daarbij aangegeven onroerende zaak of zaken. Indien deze verklaring ten onrechte wordt verstrekt, bijvoorbeeld omdat een beperking over het hoofd wordt gezien of niet is ingeschreven in het register, is gemakkelijk voor te stellen dat daardoor schade ontstaat.
In artikel 13 Wkpb is als sluitstuk van de wet een regeling van de aansprakelijkheid van gemeenten neergelegd.3Artikel 13 lid 1 Wkpb ziet op inschrijvingen van beperkingenbesluiten in het gemeentelijk beperkingenregister en gegevens daaromtrent in de gemeentelijke beperkingenregistratie in strijd met de wet. In artikel 13 lid 2 Wkpb is bepaald dat een gemeente aansprakelijk is voor schade die is veroorzaakt door alle verdere vergissingen, verzuimen, vertragingen of andere onregelmatigheden, door haar of door personen voor wier gedragingen zij aansprakelijk is, begaan bij (a) het (bij)houden van register of de registratie, (b) het verlenen van inzage en het opmaken en verstrekken van een afschrift, uittreksel of verklaring of (c) het beschikbaar houden van gegevens voor de Dienst. Artikel 17 Wkpb bevat een vergelijkbare regeling omtrent aansprakelijkheid in verband met handelingen van niet-gemeentelijke bestuursorganen.
De redactionele overeenkomsten tussen de aansprakelijkheidsbepalingen uit de Wkpb en artikel 117 Kadasterwet springen direct in het oog. Dit is uiteraard hierdoor te verklaren dat zij op dit artikel zijn gebaseerd. Zoals bij artikel 117 Kadasterwet (zie paragraaf 4.3.1), kunnen vraagtekens worden geplaatst bij de toegevoegde waarde van de artikelen. Ook hier rijst namelijk de vraag of aansprakelijkheid wegens de genoemde misslagen niet reeds voortvloeit uit artikel 6:162 BW. Door Zevenbergen wordt deze vraag ontkennend beantwoord.4 Hij gaat ervan uit dat er een verschil bestaat tussen de algemene bepaling van artikel 6:162 BW en artikel 13 (en 17) Wkpb. Dit verschil lijkt Zevenbergen – onder verwijzing naar de geschiedenis van totstandkoming van de Wkpb5 – in de eerste plaats te zien in het feit dat de bewijslast in het kader van de Wkpb op de burger rust. Hierin is echter geen onderscheid gelegen, omdat dit op grond van artikel 150 Rv niet anders is bij een vordering op grond van artikel 6:162 BW.6 Een tweede verschil kan volgens Zevenbergen worden aangewezen omdat in artikel 17d Wkpb is bepaald dat artikel 6:162 BW van toepassing is op de schending van verplichtingen ten aanzien van beperkingenbesluiten die dateren van vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Wkpb.7 Hierin is echter evenmin een rechtens relevant onderscheid gelegen. Artikel 17d Wkpb is namelijk alleen opgenomen omdat de regering het – klaarblijkelijk indachtig het rechtszekerheidsbeginsel – niet wenselijk achtte om een nieuwe aansprakelijkheidsregeling van toepassing te verklaren op de registratie van beperkingenbesluiten die dateren van vóór de inwerkingtreding van de Wkpb.8 De regering stelde het volgende:
‘In praktische zin heeft het voorgestelde (…) voor de burger geen gevolgen. Het maakt voor hem geen verschil of hij een overheid vanwege de schending van verplichtingen krachtens de Wkpb aanspreekt op grond van artikel 162 van Boek 6 van het BW, dan wel op grond van artikel 13 of 17 Wkpb.’
De regering heeft er in het kader van de totstandkoming van de Wkpb herhaaldelijk op gewezen dat geen uitbreiding van aansprakelijkheid is beoogd.9 Bij gebreke van een bijzondere regeling in de Wkpb zou aansprakelijkheid volgens de regering voortvloeien uit artikel 6:162 BW wegens de schending van een wettelijke plicht. Ik denk echter dat niet kan worden uitgesloten dat aansprakelijkheid bestaat op grond van artikel 13 lid 2 Wkpb in gevallen waarin niet (tevens) is gehandeld in strijd met een wettelijke plicht in de zin van artikel 6:162 BW. Niet alle vergissingen, verzuimen, vertragingen of onregelmatigheden zijn immers in strijd met het geschreven recht, ook al zijn zij begaan in het kader van de uitvoering van een wettelijke verplichting. In zoverre lijkt als gevolg van de ruime – door artikel 117 Kadasterwet geïnspireerde – bewoordingen van artikel 13 en 17 Wkpb wel degelijk sprake te zijn van enige (onbedoelde) uitbreiding van aansprakelijkheid.10