Het akkoord
Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/5.3.1:5.3.1 Renvooiprocedure
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/5.3.1
5.3.1 Renvooiprocedure
Documentgegevens:
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS441218:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 161 Fw.
Zoals hiervoor opgemerkt, kan een vordering ook door de schuldenaar worden betwist. Een verwijzing naar de renvooiprocedure vindt echter niet plaats als de vordering alleen door de schuldenaar is betwist, art. 126 lid 1 Fw.
Art. 122a Fw.
Art. 122a lid 2 en 3 Fw.
Nadat het vonnis van homologatie in kracht van gewijsde is gegaan.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien partijen vorderingen die op de hiervoor genoemde lijsten staan, betwisten en de rechter-commissaris hen niet kan verenigen, verwijst hij het geschil naar de rechtbank. Art. 122a Fw geeft regels wanneer tijdens een renvooiprocedure het vonnis van homologatie in kracht van gewijsde is gegaan. In dat geval komt er immers een einde aan het faillissement.1 Er dienen twee situaties te worden onderscheiden: (1) de betwisting door de curator (2) de betwisting door een medeschuldeiser.2 Als de betwisting afkomstig is van de curator en de rechtbank het akkoord homologeert, wordt de renvooiprocedure van rechtswege geschorst. Dit is alleen anders, indien de stukken van het geding tot het geven van een beslissing reeds aan de rechter zijn overgelegd. In dat geval wordt door de rechter uitspraak gedaan. Als de vordering door de rechtbank wordt erkend, wordt de vordering geacht in het faillissement te zijn erkend.3 Indien een vordering niet door de schuldenaar is betwist, verkrijgt de schuldeiser van deze vordering ingevolge art. 159 Fw na afloop van het faillissement een executoriale titel. Voor wat betreft de kosten veroordeling treedt de schuldenaar op de voet van art. 122a lid 1 slot Fw in de plaats van de curator. Als door de rechter geen beslissing is genomen, kan de geschorste procedure worden voortgezet door de schuldenaar of de betrokken schuldeiser.4
Is het vonnis van homologatie van het akkoord in kracht van gewijsde gegaan en is de betwisting gedaan door een medeschuldeiser, dan kunnen partijen niet meer doorprocederen over de erkenning van de vordering, nu het faillissement ingevolge art. 161 Fw is beëindigd. De procedure kan uitsluitend worden voortgezet om een beslissing te krijgen over de proceskosten. De vraag rijst waarom na homologatie5 de procedure niet zou kunnen worden voortgezet om zodoende duidelijkheid te krijgen over de status van de vordering. Het faillissement is weliswaar geëindigd, maar voor de procederende partijen is de uitkomst van de procedure van groot belang voor hun eventuele aanspraken jegens de schuldenaar. De schuldeiser van de betwiste vordering is nu genoodzaakt een nieuw proces tegen de schuldenaar te beginnen, indien deze weigert het akkoord jegens hem na te komen. Het vonnis van homologatie geeft een schuldeiser van een betwiste vordering immers geen recht op een executoriale titel.