Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/4.6.3:4.6.3 Sturing door de gemeenteraad
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/4.6.3
4.6.3 Sturing door de gemeenteraad
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aan art. 2 lid 7 en 5 lid 2 Bapg is te zien dat het de bedoeling van de regering is geweest met het Bapg een ondergrens van de strengheid van de accountantscontrole aan te geven. Het zou niet met die gedachte stroken de gemeenteraad toe te staan de grenzen voor de verschillende niet-goedkeurende accountantsverklaringen te versoepelen.
Voorbeelden ontleend aan de model-controleverordening die is opgenomen in de Handreiking voor de financiële en controleverordeningen. Zie Vernieuwingsimpuls (2003).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de uitvoering van zijn controle staat de accountant niet geheel los van de gemeenteraad. In paragraaf 5.1 is de privaatrechtelijke relatie tussen de accountant en de gemeenteraad getypeerd als een overeenkomst van opdracht. Dat houdt onder meer in dat de opdrachtgever op grond van art. 7:402 BW bevoegd is de opdrachtnemer aanwijzingen te geven. In beginsel zijn er geen redenen om aan te nemen dat deze privaatrechtelijke regel niet geldt tussen de gemeenteraad en de externe accountant. Art. 213 lid 1 Gemeentewet, art. 2 lid 7 Bapg en art. 5 lid 2 Bapg vullen deze algemene bevoegdheid in en beperken deze tot op zekere hoogte.
De laatstgenoemde artikelen uit het Bapg bieden de gemeenteraad de mogelijkheid om de goedkeuringstoleranties en de rapporteringstoleranties bij de controle in het kader van de accountantsverklaring respectievelijk het verslag van bevindingen bij te stellen. Deze bijstelling kan alleen naar beneden plaatsvinden. Dat betekent dat de gemeenteraad de accountant alleen kan opdragen een strengere controle uit te voeren dan waarin de Gemeentewet en het Bapg voorzien. Art. 2 lid 7 Bapg spreekt overigens alleen over bijstelling van de goedkeuringstoleranties; de overige percentages uit tabel 2 van het Bapg kunnen dus niet met een beroep op dit artikellid worden bijgesteld. Het is niet ondenkbaar dat de gemeenteraad aan de algemene aanwijzingsbevoegdheid van art. 7:402 BW argumenten kan ontlenen om ook de percentages behorend bij andere dan goedkeurende accountantsverklaringen bij te stellen. Gelet op de gedachten achter het Bapg1 en analoog aan de goedkeuringstoleranties zouden ook deze bijstellingen alleen naar beneden plaats kunnen vinden.
Een laatste geïnstitutionaliseerde aansturingsmogelijkheid waarop in dit verband moet worden gewezen, is de zogenaamde 'controleverordening' uit art. 213 Gemeentewet. Door middel van deze verordening dient de gemeenteraad te waarborgen "dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst." De bewoordingen van het artikellid creëren een breder toepassingsbereik dan alleen de accountantscontrole. Omdat de accountantscontrole een zeer belangrijke vorm van gemeentelijke rechtmatigheidstoetsing is, zal de accountantscontrole echter een belangrijk onderdeel van deze controleverordening (moeten) vormen. De controleverordening kan bijvoorbeeld bepalen hoe de opdrachtverlening aan een externe accountant moet plaatsvinden, welke additionele werkzaamheden dezelfde accountant voor de gemeente mag verrichten en aan welke eisen de informatieverstrekking aan accountants door het college of de ambtelijke organisatie moet voldoen.2 Verder zou de raad eventueel gewenste aanscherpingen van de goedkeurings- en rapporteringstoleranties in de controleverordening kunnen vastleggen. Aanwijzingen aan de accountant — of deze nu berusten op art. 7:402 BW of artt. 2 lid 7 en 5 lid 2 Bapg — kunnen op deze manier in één document worden samengebracht.