PJ 2025/47
Op de vordering tot betaling van schade van de werknemer wegens door de werkgever niet betaalde pensioenpremie is niet de korte verjaringstermijn van vijf jaar van artikel 312 oud BW van toepassing.
HR 10-09-1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1054, m.nt. prof. dr. E. Lutjens
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 september 1993
- Magistraten
Mrs. Martens, Roelvink, Mijnssen, Heemskerk, Swens-Donner
- Zaaknummer
15.063
- Conclusie
P-G mr. Mok
- Noot
prof. dr. E. Lutjens
- LJN
ZC1054
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD9598:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Arbeidsrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1993:ZC1054, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑09‑1993
ECLI:NL:PHR:1993:52, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑05‑1993
- Wetingang
Art. 3:310 BW; art. 2012 BW oud
Essentie
Op de vordering tot betaling van schade van de werknemer wegens door de werkgever niet betaalde pensioenpremie is niet de korte verjaringstermijn van vijf jaar van artikel 312 oud BW van toepassing.
Samenvatting
Eiser, ex-werknemer, vordert schade van zijn voormalig werkgever omdat deze in de periode 1977-1981 de aan het verplichte bedrijfstakpensioenfonds verschuldigde premie niet heeft afgedragen. De Hoge Raad oordeelt dat op deze schadevordering wegens onrechtmatig nalaten de korte verjaringstermijn van artikel 2012 oud BW niet van toepassing is.
Partij(en)
10 september 1993
Eerste Kamer
Nr. 15.063
AS
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.