De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.6.7.1:4.6.7.1 Jurisdictie in procedures tegen het Waarborgfonds Motorverkeer
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.6.7.1
4.6.7.1 Jurisdictie in procedures tegen het Waarborgfonds Motorverkeer
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS393594:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Afdeling Rechtspraak van de Raad van State, uitspraak van 14 april 1980, AB 1981, 57.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de eerste plaats zij opgemerkt dat een beslissing van het Waarborgfonds Motorverkeer moet worden beschouwd als een privaatrechtelijke rechtshandeling en niet als een beschikking in de zin van het bestuursrecht. De benadeelde die het met het door het Waarborgfonds ingenomen standpunt niet eens is, dient de weg via de burgerlijke rechter te volgen.1
De bevoegdheidsregeling in de Wam is op die in de Benelux-Overeenkomst en de Gemeenschappelijke bepalingen gebaseerd. De verzekeraar kan door de benadeelde op grond van art. 7 Wam worden gedagvaard voor de rechter van de plaats van het ongeval, voor die van de woonplaats van de benadeelde en (vanzelfsprekend) voor de rechter van zijn eigen zetel. Ten aanzien van het Waarborgfonds bevat de Wam een aparte (schakel)bepaling in art. 26 lid 7 die art. 7 Wam van overeenkomstige toepassing verklaart ten opzichte van het fonds.
Indien een in een andere lidstaat woonachtige benadeelde ervoor kiest het waarborgfonds aan te spreken - en niet de weg van de 4e Richtlijn en de schadevergoedingsorganen bewandelt - kan hij zich niet baseren op art. 11 lid 2 van de Verordening Brussel I en kan hij dus het waarborgfonds niet voor de gerechten in zijn eigen land dagvaarden. Hier gaat dezelfde redenering op als geldt voor de positie van het Bureau: het waarborgfonds is geen verzekeraar. Zie paragraaf 4.4.4.2 voor de jurisdictie in procedures tegen de verzekeraar en paragraaf 4.5.6.1 voor de positie van het Bureau. Ook de Benelux-Overeenkomst en de Gemeenschappelijke bepalingen vestigen geen jurisdictie ten aanzien van het Nederlandse Waarborgfonds Motorverkeer in de andere Benelux-staten. Zie paragraaf 4.4.43 en paragraaf 4.5.6.1.