RAR 2025/134
Arbeidsprocesrecht. Heeft het hof de devolutieve werking van het hoger beroep miskend?
HR 18-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1171
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juli 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, F.J.P. Lock, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
24/02972
- Conclusie
A-G mr. B.J. Drijber
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD29424:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1171, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:301, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑10‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑09‑2024
- Wetingang
Art. 7:671b lid 8, 7:669 lid 3 onderdeel i BW; art. 25 Rv
Essentie
Arbeidsprocesrecht. Hoger beroep ontbindingsbeschikking. Ontbinding op i-grond. Cumulatievergoeding.
Heeft het hof de devolutieve werking van het hoger beroep miskend?
Samenvatting
Werknemer is in 2018 in dienst getreden bij Profoto, een bedrijf dat zich bezig houdt met het ontwikkelen en exploiteren van hard- en software voor productfotografie, in de functie van image processing developer. Zijn leidinggevende bij Profoto heeft zijn vakantieaanvraag voor een periode in december 2022 en in januari 2023 geaccordeerd. In december is werknemer voor vakantie naar Iran vertrokken met de bedoeling om daar tot en met januari 2023 te verblijven en om tussen de twee vakantieperiodes ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.