De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/14.3.6:14.3.6 Het ontbreken van een verwerving door de bieder of personen die met hem in onderling overleg handelen (art. 5:80a lid 3 sub b Wft jo art. 25 lid 2 Bob Wft)
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/14.3.6
14.3.6 Het ontbreken van een verwerving door de bieder of personen die met hem in onderling overleg handelen (art. 5:80a lid 3 sub b Wft jo art. 25 lid 2 Bob Wft)
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS365143:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Met art. 25 lid 2 Bob Wft wordt uitvoering gegeven aan art. 5:80a lid 3 sub b Wft.
NvT, Stb. 2007/329, p. 47.
Idem De Brauw, Toezicht Financiële Markten (Groene Serie), art. 5:80a Wft, aant. 7.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien de bieder in de referentieperiode van een jaar voorafgaand aan de aankondiging van het verplichte bod geen effecten heeft verworven van dezelfde categorie of klasse als waarop het verplichte bod betrekking heeft, is de billijke prijs gelijk aan de prijs van de gemiddelde beurskoers van die effecten (art. 5:80a lid 3 sub b jo art. 25 lid 2 Bob Wft).1 Met deze regel wordt voorkomen dat de bieder een verplicht bod kan uitbrengen tegen een willekeurige (lage) prijs, waarmee het beschermende effect voor minderheidsaandeelhouders teniet gedaan zou kunnen worden.2
Deze regel vindt toepassing in het geval partijen overwegende zeggenschap verwerven door het sluiten van een stemovereenkomst zonder dat zij daarnaast in de referentieperiode effecten in de doelvennootschap hebben verworven (§ 13.2.2.2 sub III en § 14.2.4).
Gelet op de hiervoor genoemde strekking is het overigens opmerkelijk dat de zinsnede “personen die met de bieder in onderling overleg handelen” ontbreekt in art. 5:80a lid 3 sub b Wft en art. 25 lid 2 Bob Wft.3 Hierdoor ontstaat een conflict met de hoogste prijs-regel van art. 5:80a lid 2 Wft, die immers bepaalt dat de billijke prijs de hoogste prijs is die door de bieder en zijn concert parties is betaald. Om dit op te lossen zal het Bob moeten worden aangepast. In de tussentijd brengt een redelijke wetsuitleg met zich dat art. 5:80a lid 3 Wft jo art. 25 lid 2 Bob Wft alleen toepassing vindt indien door de bieder, noch door concert parties in de referentieperiode effecten zijn verworven.4