Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/17.5.3
17.5.3 Commuun internationaal privaatrecht en forum necessitatis
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS413196:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Strikwerda, NIPR Special 1996, p. 104; Polak 2005, (T&C Rv), Art. 9 Rv, aant. 4; Vlas, Rechtsvordering, suppl. 302 (februari 2006), Art. 9, p. 7.
Vlas, Rechtsvordering, suppl. 302 (februari 2006), Art. 9, p. 7.
H. Boularbah e.a., Le nouveau droit international privé beige, JT 2005, nr. 6173, p. 173-203, par. 41.
MvT art. 11 WIPR.
Verslag van de Commissie van Justitie van de Senaat, stukken 3-27/7, p. 31; H. Boularbah e.a., Le nouveau droit international privé beige, JT 2005, nr. 6173, p. 173-203, par. 41.
MvT art. 11 WIPR.
Verslag van de Commissie van Justitie van de Senaat, stukken 3-27/7, p. 261.
MvT Wetsvoorstel 26 855, nr. 3, art. 7, slot.
In art. 9 aanhef en sub b en c Rv is het forum necessitatis opgenomen. Tot de invoering was een dergelijk forum onbekend in Rv.1 Het forum necessitatis houdt in dat de Nederlandse rechter internationale rechtsmacht heeft ondanks het ontbreken van een regel van commuun internationaal privaatrecht indien een effectieve rechtsingang bij een bevoegd buitenlands gerecht ontbreekt. Art. 9 aanhef sub b en c Rv kennen twee situaties waarin de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt:
een gerechtelijke procedure buiten Nederland blijkt onmogelijk (sub b);
de zaak is voldoende met de Nederlandse rechtssfeer verbonden en het is onaanvaardbaar om van de eiser te vergen dat hij de zaak aan het oordeel van een vreemde staat onderwerpt (sub c).
Het forum necessitatis is bedoeld als een vangnet voor quasi negatieve jurisdictieconflicten. De ratio is het voorkomen dat eisers verstoken blijven van rechtsbedeling.2Art. 9 aanhef en sub b Rv is voor verzoekschrift en dagvaardingsprocedures van toepassing; de bepaling sub c enkel voor dagvaardingsprocedures, omdat art. 3 aanhef en sub c Rv een vangnetbepaling is voor verzoekschriftprocedures.3
Het forum necessitatis heeft in het Belgische commune internationaal privaatrecht eveneens zijn intrede gedaan. Art. 11 WIPR bepaalt dat de Belgische gerechten bij uitzondering bevoegd zijn indien (1) de zaak nauwe banden met België heeft en (2a) een procedure in het buitenland onmogelijk blijkt of (2b) het onredelijk zou zijn te eisen dat de vordering in het buitenland wordt ingesteld.4 Art. 11 WIPR lijkt daardoor in grote lijnen op art. 9 aanhef sub b en c Rv. Art. 11 WIPR is ingeruimd voor noodgevallen om te voorkomen dat door de starheid van de bevoegdheidsnormen de rechtzoekende in het buitenland onmogelijk of moeilijk kan procederen.5 Anders dan naar Nederlands commuun internationaal privaatrecht, is in geval van een onmogelijkheid of onredelijkheid om te procederen in het buitenland een nauwe band met België een voorwaarde. Aan de andere kant is het Nederlandse recht weer strikter omdat het volgens art. 9 aanhef en sub c Rv 'onaanvaardbaar' moet zijn dat de eiser in het buitenland procedeert, terwijl art. 11 WIPR slechts 'onredelijkheid' verlangt. De Belgische wetgever staat een ruime interpretatie van art. 11 WIPR voor die is gestoeld op art. 6 EVRM.6 Bij toepassing van de bepaling moet de rechter de onmogelijkheid of moeilijkheid om in het buitenland te procederen, motiveren in de uitspraak en onder meer rekening houdende met de daaraan verbonden kosten, de plaats waar de rechtsverhouding moet worden gelokaliseerd en de grootte van de financiële belangen. Voorts beoogt deze bepaling de eiser te beschermen indien een billijk proces in het buitenland niet kan worden gewaarborgd.7 In beide gevallen beoogt art. 11 WIPR dus te voorkomen dat een eiser wordt geconfronteerd met rechtsweigering (de facto of de iure).8 Anders dan in art. 9 aanhef en sub b en c Rv bepaalt art. 7 WIPR uitdrukkelijk dat de Belgische rechter bevoegd kan zijn op grond van art. 11 WIPR ondanks een geldige forumkeuze voor een buitenlandse rechter. De Belgische wetgever lijkt deze toevoeging met name te hebben gedaan om Belgische (exclusieve) concessionairs tegen forumkeuzen te beschermen die tot gevolg zouden hebben dat de Belgische concessionaire de bescherming verliest van de Wet van 27 juli 1961 over de alleenverkoopovereenkomst. Het dient duidelijk te zijn dat hij van de buitenlandse gekozen rechter een gelijkwaardige bescherming krijgt als waarin de Wet van 27 juli 1961 voorziet bij toepassing door de Belgische rechter.9