Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/159
159 Oorsprong
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS511380:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder meer P. Piantavigna, ‘Prohibition of abuse of law: A new general principle of EU law?’, Intertax 2009, p. 166-175; R. de la Feria, ‘Prohibition of abuse of (community) law – The creation of a new general principle of EC law through tax’, CMLR 2008, p. 395-441; K. Engsig Sørensen, ‘Abuse of rights in community law: a principle of substance or merely rhetoric?’, CMLR 2006, p. 423-459; A. Kjellgren, ‘On the border of abuse – The jurisprudence of the European Court of Justice on circumvention, fraud and other misuses of community law’, EBLR 2000, p. 179-194.
Zie hoofdstuk 2 paragraaf 2.1
Eerst zal worden stilgestaan bij de oorsprong van het beginsel van misbruik van unierecht en vervolgens bij de lange weg die de misbruikfiguur heeft afgelegd in de rechtspraak van het HvJ. Op verschillende momenten heeft het HvJ zich in prejudiciële beslissingen uitgelaten over de vraag of in een bepaalde zaak sprake was van misbruik van unierecht. Daarbij waren zoals gezegd zaken aan de orde die speelden in verschillende deelgebieden als vrij verkeer van diensten, vrij verkeer van goederen, vrijheid van vestiging voor vennootschappen, belastingrecht, landbouwsubsidies etc. De ad-hoc interpretatie door het HvJ heeft de vraag doen rijzen of in al deze beslissingen een gemeenschappelijke lijn kan worden ontwaard. Volgt uit de jurisprudentie van het HvJ een algemeen beginsel van verbod op misbruik van unierecht?1 Deze discussie vertoont enige gelijkenis met de in hoofdstuk 2 weergegeven discussie over het ‘bestaansrecht’ van het misbruikleerstuk.2 Is misbruik van recht, ook in unierechtelijk verband, niet veel meer een exercitie in het vinden van het juiste toepassingsgebied van de desbetreffende regeling? Op het moment dat iemand zijn rechten die uit het unierecht voortvloeien misbruikt komt daarmee de rechtmatigheid te vervallen en is wellicht veeleer sprake van handelen zónder recht in plaats van misbruik van recht. Is er tegen die achtergrond dogmatisch in het unierecht wel plaats voor een beginsel van misbruik van recht? Om deze redenen zal eerst worden stilgestaan bij de bestaansgrond van misbruik van recht als algemeen beginsel van unierecht.