Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/20.4:20.4 Nemo tenetur-rechtspraak EHRM
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/20.4
20.4 Nemo tenetur-rechtspraak EHRM
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS492388:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 4 heb ik de voor deze studie meest relevante arresten van het Hof over het recht tegen gedwongen zelfbelasting beschreven. Bij eerste verkenning van deze arresten wordt wel duidelijk dat de Straatsburgse nemo tenetur-rechtspraak niet steeds uitblinkt in duidelijkheid en dat veel aspecten ervan nog onduidelijk zijn en op onderdelen mogelijk tegenstrijdig. Van werkelijke sturing op de ontwikkeling in de verdragsstaten van nemo tenetur buiten de verklaringsvrijheid in het klassieke strafrecht, lijkt (nog) weinig sprake. Terwijl de opvattingen van het Hof over het zwijgrecht goeddeels uitgekristalliseerd lijken, zijn aard en omvang van het niet-meewerkrecht nog verre van duidelijk.
Kon na Saunders nog worden gezegd dat het recht tegen gedwongen zelfbelasting enkel ziet op verklaringen en niet op materiaal, inmiddels volgt uit Jalloh dat het niet-meewerkrecht zich onder omstandigheden ook uitstrekt tot (de gedwongen afgifte van) zogenoemde ‘real evidence’ ofwel fysiek bewijs. Het Hof heeft dan al schending aangenomen voor de gedwongen afgifte van documenten in de zaken Funke en J.B. De overwegingen ter zake zijn aanleiding te vermoeden dat die schending steunt op het verklarende ofwel ‘testimonial’ karakter van (de afgifte van) de in die zaken gevraagde documenten. Jalloh maakt weliswaar duidelijk dat het niet-meewerkrecht zelfstandige betekenis heeft naast het zwijgrecht respectievelijk de verklaringsvrijheid, maar die betekenis is ook na Chambaz niet duidelijk. Genoemde arresten laten niettemin ruimte te denken dat het Hof een min of meer gelijke behandeling voorstaat van het gedwongen afleggen van belastende verklaringen en de gedwongen afgifte van fysiek bewijs. Er lijkt sprake van een vooruitstrevende, ruime interpretatie van het recht tegen gedwongen zelfbelasting.
De onduidelijkheden die de nemo tenetur-rechtspraak van het Hof tot op heden omringen, doen afbreuk aan het praktische en effectieve karakter van het recht tegen gedwongen zelfbelasting. Zolang het Hof niet voldoende duidelijkheid geeft, kunnen de wetgever, de rechter en de deelnemers aan het nationale strafproces een hen passende invulling aan zijn uitspraken geven; in het bijzonder voor wat betreft het niet-meewerkrecht.