Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/1.9.1
1.9.1 Actio ad separandum
mr. J.C.T.F. Lokin , datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS645041:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Windscheid II (1891), §474, p. 707; Demelius (1872), p. 58; Goudsmit, De Gids/1872, p. 16.
Ulpianus legt uit wat het begrip “balk” inhoudt: D. 10, 4, 7 pr. (Ulpianus): “Tigni appellatione omnem materiam in lege duodecim tabularum accipimus, ut quibusdam recte videtur.” “Onder het begrip ‘balk’ in de Wet der Twaalf Tafelen verstaan wij, zoals sommigen het juist zien, alle bouwmaterialen.”
D. 10, 4, 6 (Paulus): “Gemma inclusa auro alieno vel sigillum candelabro vindicari non potest, sed ut excludatur, ad exhibendum agi potest: aliter atque in tigno iuncto aedibus, de quo nec ad exhibendum agi potest, quia lex duodecim tabularum solvi vetaret: sed actione de tigno iuncto ex eadem lege in duplum agitur.”
D. 10, 4, 7, 1 (Ulpianus): “Sed si rotam meam vehiculo aptaveris, teneberis ad exhibendum (et ita Pomponius scribit), quamvis tunc civiliter non possideas.”
D. 10, 4, 7, 2 (Ulpianus): “Idem et si armario vel navi tabulam meam vel ansam scypho iunxeris vel emblemata phialae, vel purpuram vestimento intexeris, aut bracchium statuae coadunaveris.”
Vangerow III (1876), p. 639.
Als het instellen van een actio ad exhibendum had geleid tot afscheiding van een bestanddeel, had zij tot resultaat dat een bestanddeel weer een zelfstandige zaak werd.1 Ook in dit geval was de actie tot productie een voorbereidende actie: een bestanddeel kon niet worden opgeëist met een zakelijke actie, een zelfstandige zaak wel. Door de afscheiding ontstonden uit één zaak twee zaken. Afscheiding was het spiegelbeeld van natrekking (accessio), aangezien in dat laatste geval sprake was van een verbinding tussen twee of meer zaken. De actio ad exhibendum werd dus gebruikt om natrekking ongedaan te maken door de afscheiding van de nagetrokken zaak te bewerkstelligen. De Digesten geven een paar voorbeelden waarin de eiser met de actie tot productie afscheiding kon vorderen nadat er sprake was geweest van accessio:
“Een in andermans goud gezette edelsteen of in een kandelaar aangebracht medaillon kan niet als eigendom worden gevorderd. Teneinde afsplitsing te bereiken, kan echter wel een actie tot productie worden ingesteld. Anders ligt de situatie bij een balk2 die in andermans gebouw is ingevoegd. Daarover kan niet met de actie tot productie worden geprocedeerd, aangezien de Wet der Twaalf Tafelen verbiedt dat hij eruit gesloopt wordt. Wel kan met de materiaalverbindingsactie krachtens deze wet het dubbele worden geëist.”3
“Maar als u mijn wiel aan uw wagen hebt gezet, bent u aansprakelijk met de actie tot productie (zo zegt ook Pomponius), hoewel u in dat geval geen bezitter naar ius civile bent.”4
“Hetzelfde is het geval als u mijn plank aan uw kast of schip, of mijn handvat aan uw bokaal bevestigd hebt of mijn inlegwerk in uw drinkschaal of mijn purperdraad in uw kleed hebt geweven of mijn arm aan uw standbeeld heb gesoldeerd.”5
Een edelsteen was geen zelfstandige zaak meer nadat zij in een gouden sieraad was gezet, omdat zij een bestanddeel was geworden van dat sieraad. Uit de twee zaken ontstond door de verbinding één zaak. Na de verbinding rees vervolgens de vraag wat de zakenrechtelijke posities waren van de betrokkenen ten aanzien van de zaak. Als het sieraad, bijvoorbeeld een ring en een edelsteen, vóór de verbinding één eigenaar hadden en beide zaken niet bezwaard waren met een beperkt recht, dan was de vraag gemakkelijk te beantwoorden. Degene die eigenaar was van de edelsteen en de ring, was nu eigenaar van de ring met de edelsteen. Moeilijker was de vraag te beantwoorden als de ring respectievelijk de edelsteen vóór de verbinding toebehoorden aan twee verschillende eigenaren. De ring werd gezien als hoofdzaak. De edelsteen werd derhalve nagetrokken door de ring. Zolang de edelsteen met de ring was verbonden, kon de oorspronkelijke eigenaar van de edelsteen geen zakelijke actie instellen. Een zakelijke actie, zoals de revindicatie, had alleen kans van slagen als de zaak waarover men procedeerde een zelfstandige zaak was.
“So lange meine Sache mit der res principalis eines andren kohäriert, kann ich nach den bekannten Grundsätzen des römischen Rechts über Accession keine Vindication gebrauchen”.6
De eigenaar van de ring was eigenaar van deze samengestelde zaak. Hij kon de ring inclusief edelsteen met één revindicatie opeisen bij de bezitter die de ring zonder recht bezat. De oorspronkelijke eigenaar van de edelsteen kon de natrekking van de steen door de ring ongedaan maken met de actio ad exhibendum. Daarmee kon hij de afscheiding van het juweel eisen. Pas als de edelsteen eenmaal was losgemaakt, kon hij tegen de bezitter de revindicatie instellen.
Drie vragen dienen beantwoord te worden in dit kader. De eerste vraag is in welke gevallen deze vordering kon worden ingesteld. Zoals aan het begin van deze paragraaf is besproken, kon niet altijd afscheiding van een bestanddeel gevorderd worden. De tweede vraag luidt: verkreeg de oorspronkelijk gerechtigde van de nagetrokken zaak een nieuw eigendomsrecht na de afscheiding of werd zijn oude eigendomsrecht gereactiveerd? In dat laatste geval was sprake van een dominium dormiens (een slapend eigendomsrecht), in het eerste geval was het oorspronkelijke eigendomsrecht door de verbinding definitief teniet gegaan. Een nieuw eigendomsrecht ontstond dan op het afgescheiden bestanddeel. In het verlengde van deze tweede vraag komt een derde vraag op. Wat voor het eigendomsrecht gold, gold dat ook voor de beperkte rechten, bijvoorbeeld voor een pandrecht? Ging het beperkte recht definitief teniet of herleefde het ofwel doordat het een slapend bestaan had geleid ofwel doordat door de afscheiding het beperkte recht als een nieuw recht ontstond? In die laatste twee gevallen kon een beperkt gerechtigde met de actio ad exhibendum afscheiding vorderen.