Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/19.2.2
19.2.2 Doorbraak door vereenzelviging
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS402398:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
HR 9 juni 1995, NJ 1996, 213 (Krijger/Citco).
Zie HR 9 juni 1995, NJ 1996, 213 (Krijger/Citco) en Rb. Zwolle 24 juli 2002, NJ 2002, 593 (Zevenster).
HR 3 november 1995, NJ 1996, 215 (Roco/Staat). Net als in Duitsland, is in dat geval wél aansprakelijkheid mogelijk op grond van onrechtmatige daad, als de nieuwe vennootschap geen reële prijs heeft betaald voor de door haar overgenomen onderneming. Zie par. 13.3.7, waarin besproken is dat ook het Duitse Bundesgerichtshof geoordeeld heeft dat een dergelijke GmbH-Stafette niet tot vereenzelviging leidt, maar aanleiding kan geven tot aansprakelijkheid op grond van unerlaubte Handlung.
Zie par. 13.2.3.
Bartman heeft deze gedachtegang bekritiseerd, nu zijns inziens ook bij een volledig wegdenken van het identiteitsverschil de rechter alsnog kan overgaan tot matiging van de aansprakelijkheid op voet van het bepaalde in art. 6:109 BW (Bartman 2000, p. 797).
De Hoge Raad is slechts in zeer uitzonderlijke gevallen bereid gebleken om daadwerkelijk, dat wil zeggen met voorbijgaan aan, en terzijdestelling van de rechtspersoonlijkheid, door rechtspersonen heen te kijken.1 Voor vereenzelviging moet onmiskenbaar sprake zijn van misbruik van de rechtspersoonlijkheid met het oogmerk om verhaal van schuldeisers onmogelijk te maken en daarnaast moet de schade rechtvaardigen dat de vordering volledig kan worden verhaald op de achterliggende partij.2 Ook als een aandeelhouder de door de vennootschap gedreven onderneming overhevelt naar een nieuw opgerichte vennootschap, terwijl de achterblijvende vennootschap niet in staat is om (al) haar schuldeisers te voldoen, is volgens de Hoge Raad vereenzelviging nog niet gerechtvaardigd.3 Aan de terughoudendheid van de Hoge Raad om directe doorbraak te aanvaarden liggen dezelfde argumenten ten grondslag als die op basis waarvan het Duitse Bundesgerichtshof in 2007 besloot de Durchgriffshaftung in te ruilen voor een aansprakelijkheid van aandeelhouders op grond van unerlaubte Handlung:4 aandeelhouders die misbruik maken van de beperkte aansprakelijkheid moeten slechts kunnen worden aangesproken voor de daardoor veroorzaakte schade; een aansprakelijkheid voor alle verplichtingen van de vennootschap zal, meestal ten onrechte, verder gaan dan dat.5