Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/4.2.0
4.2.0 Introductie
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS579053:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Nota 'Modernisering van het ondernemingsrecht', p. 4. Deze laatste voorwaarde — het waarborgen van 'respect' — is vanuit juridisch oogpunt nietszeggend. Belangrijker lijkt mij dat het (vennootschaps)recht voorziet in voldoende waarborgen om gerechtvaardigde belangen van anderen afdwingbaar te (kunnen) doen zijn.
Van de vele literatuur hierover noem ik: de bijzondere nummers van Ondernemingsrecht (Ondernemingsrecht 2007, nummer 9), WPNR 6676 (2006) en 6731 (2007), het preadvies 'De vereenvoudigde BV' van de Vereeniging 'Handelsrecht' (Deventer 2006) en het verslag 'Vereenvoudiging en flexibilisering van het Nederlandse BV-recht' van het in 2004 gehouden congres in Groningen (Deventer 2005).
Vgl. de Minister van Justitie op p. 1 van de MvT op dit voorstel (Kamerstukken II, 2008/2009, 31 763, nr. 3): 'Met het voorstel wil ik bijdragen aan het vergroten van de bruikbaarheid van de rechtsvorm van de naamloze en de besloten vennootschap in nationale en internationale ondernemingsverhoudingen.'
Het uitgangspunt voor het ondernemingsrecht is, aldus de Nota "Modernisering van het ondernemingsrecht", "het aanbieden van flexibele rechtsvormen die beantwoorden aan de behoeften van gebruikers/ondernemers en derden." Het vennootschapsrecht moet, in ander woorden, "een voor ondernemers en bedrijfsleven bruikbaar stel regels en instituties bieden en het gebruik daarvan moet respect voor de belangen van anderen waarborgen."1 De gedachte om het vennootschapsrecht "bruikbaarder" te maken heeft geleid tot (voorgenomen) aanpassingen van het Nederlandse vennootschapsrecht. Voorbeelden daarvan zijn de beoogde vereenvoudiging en flexibilisering van de regelgeving voor BV's, door middel van het in 2007 ingediende Wetsvoorstel vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht2 en het in 2008 ingediende Wetsvoorstel bestuur en toezicht, waarbij het monistische bestuurssysteem voor naamloze en besloten vennootschappen wettelijk wordt geregeld.3