Einde inhoudsopgave
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/7.4.3
7.4.3 Benutting van de ruimte voor billijkheidsuitzonderingen is gewenst
mr. F.S. Bakker, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. F.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS359444:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Rapport Nationale ombudsman 2016, p. 7: ‘Burgers mogen redelijkerwijs verwachten dat de overheid bereid is om vanuit goed vertrouwen mee te denken in situaties die – om wat voor reden dan ook – afwijken van de standaardregels.’
Eerder zijn verschillende staatsrechtelijke voorbeelden aan de orde geweest waarin strikte toepassing van de wetgeving evidente onbillijke gevolgen zou hebben (hoofdstuk 1, inleiding (over de lege gemeenteraadszetel); hoofdstuk 1, par. 1.2.2 (over het verplaatsen van de zetel van de regering buiten het Rijk)).
Fletcher 1998, p. 206.
Ontleend aan Altena & Bakker 2013.
Hoofdstuk 1, inleiding en par. 1.2.2; hoofdstuk 6, inleiding en par. 6.2.1; hoofdstuk 7, inleiding en par. 7.2.4, 7.4.2 en 7.4.3.
Meijers 1910, p. 20, onder verwijzing naar Krückmann, Unmöglichkeit und Unmöglichkeitsprozess, Arch. Ziv. Prax. 1907, p. 67. Meijers schrijft specifiek over letterknechterij in de wetenschap.
De ruimte die het Nederlandse recht voor aristotelische billijkheidsuitzonderingen biedt, wordt niet in ieder rechtsgebied volledig gebruikt. Ze zou volgens mij nog beter benut moeten worden. Toepassers moeten niet terughoudender zijn dan nodig. In het bestuursrecht kan het aantal evident onbillijke beslissingen hierdoor worden teruggebracht,1 en datzelfde geldt voor het staatsrecht.2 In het strafrecht is de winst door betere benutting van de ruimte voor uitzonderingen vooral te behalen in het verminderen van gekunstelde interpretaties (corrigerende interpretaties, maar ook de niet voor de hand liggende uitleg van het taakstrafverbod van art. 22b Sr, en wellicht ook de extensieve uitleg van art. 40 Sr). Ook in het civiele recht kan het aantal gekunstelde corrigerende interpretaties worden verminderd.
In elk rechtsgebied is bewustwording van de ruimte voor billijkheidsuitzonderingen noodzakelijk. Het zou feitenrechters helpen wanneer de hoogste rechters expliciet aandacht besteden aan de constitutionele beperkingen van uitzonderingen (én interpretatie), en aan contra-indicaties daarvoor.
De ruimte die dit onderzoek toont voor uitzonderingen, draagt zowel bij aan individuele gerechtigheid (door uitzonderingen) als aan rechtszekerheid (door de constitutionele voorwaarden en de contra-indicaties). De rechtszekerheid die (strikte toepassing van) wetgeving biedt is de hoofdregel en goed – maar niet zo goed dat uitzonderingen nooit beter zijn.
Fletcher schrijft: ‘Justice stands to the rule of law as fast food hamburgers compare with an eight-course meal.’3 In de regel is een luxe diner inderdaad te verkiezen, maar net zoals voor strikte toepassing van wetgeving geldt, zíjn er gevallen waarin dat evident niet op zijn plaats is – waarin alleen comfortfood voldoet.4
Rechters en bestuursorganen moeten een uitzondering overwegen als toepassing van het voorschrift een evident onbillijke beslissing tot gevolg zou hebben. Een uitzondering kan op ongeschreven gronden worden gemaakt. Er is ruimte voor als waarde wordt gehecht aan de constitutionele beperkingen van uitzonderingen, en de contra-indicaties ervoor (spanning met het materiële legaliteitsbeginsel, mogelijke schade aan het algemeen belang en derdenbelangen, het dwingendrechtelijk karakter van het voorschrift, dat het gericht is op rechtszekerheid, en spanning met het specialiteitsbeginsel in het bestuursrecht) in acht worden genomen. Die voorwaarden en contra-indicaties drukken uit dat in bepaalde gevallen strikte toepassing van wetgeving belangrijker is dan individuele gerechtigheid.
Met inachtneming van de eisen en contra-indicaties voor uitzonderingen, hadden mijns inziens alle in dit onderzoek genoemde5 evident onbillijke beslissingen door strikte toepassing van wetgeving kunnen worden voorkomen.
Ik sluit af met de uitspraak van Meijers dat letterknechterij slechts voor een gering deel onverstand is – en voor het grootste deel gebrek aan moed.6